Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III.

Artikel 8

Gebiedscriteria dorpskernen (behalve Nagele)

Onderdeel van Beleidsregel uiterlijk bouwwerken

1.. Dit artikel geldt voor bouwwerken in de dorpskernen, behalve die van Nagele, en is alleen van toepassing op de naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde kanten van hoofdgebouwen en van bijbehorende bouwwerken. 2.. Voor deze bouwwerken gelden de volgende criteria: Wat betreft plaatsing: de bebouwing richt zich naar de openbare ruimte en de plaatsing is afgestemd op de karakteristieken van de directe omgeving; in een winkelgebied zijn de gevelwanden zo mogelijk aaneengesloten; in gebieden met een grote mate van eenheid en herhaling, verstoort nieuwbouw dat beeld niet tenzij de nieuwbouw een nieuwe, binnen het oorspronkelijke dorpsontwerp passende, stedenbouwkundige eenheid vormt met de bestaande bebouwing. Wat betreft vormgeving: voor zover stijlkenmerken van oorspronkelijke karakteristieke bebouwing aanwezig zijn, wordt hier bij verbouwing en uitbreiding van een bouwwerk rekening mee gehouden. In andere gevallen bevat het bouwwerk stijlkenmerken die harmoniëren met de oorspronkelijke en karakteristieke stijlkenmerken van de oorspronkelijke bebouwing; bij nieuwbouw is vernieuwende vormgeving mogelijk, met respect voor de maat en schaal van de bestaande bebouwing in de directe omgeving; een bijbehorend bouwwerk is niet dominant ten opzichte van het hoofdgebouw. Het moet bovendien qua vorm goed aansluiten op de bestaande bouw of, als deze afwijkt, van een gelijkwaardige architectonische kwaliteit zijn; bij uitbreidingen en verbouwingen aan bijzondere en openbare gebouwen worden de bebouwingskarakteristieken behouden en hersteld. Speciale aandacht is daarbij vereist voor materiaalgebruik en detaillering. Wat betreft detaillering, materialen en kleuren: de kleuren en materialen harmoniëren met de directe omgeving; binnen een gebouw harmonieert de detaillering, kleur en materiaalgebruik met de overheersende detaillering van deze eenheid; bij beeldbepalende uitbreidingen of verbouwingen aan een gebouw dat binnen een stedenbouwkundige of architectonische eenheid staat, passen de latere aanpassingen bij het eerste, positief beoordeelde, uitbreiding of verbouwing van een bouwwerk binnen die eenheid; bij uitbreidingen en verbouwingen aan bestaande (oorspronkelijke) bebouwing sluit de detaillering, materiaal en kleur aan op en/of harmonieert deze bij de oorspronkelijke vormgeving van het gebouw; bij bijzondere en openbare gebouwen mogen het kleur- en materiaalgebruik afwijken van hun directe omgeving. Voor dakkapellen aan de voorzijde van een woning geldt: dat de plaats van de dakkapel: aan de onderzijde meer dan 0,50 meter en minder dan 1 meter boven de dakvoet is; aan de bovenzijde meer dan 0,50 meter onder de daknok is; aan de zijkanten meer dan 0,50 meter van de zijkanten van het dakvlak is; bij meerdere dakkapellen bevinden de onder- en bovenkant van de dakkapellen zich op één horizontale lijn. de maatvoering en vormgeving zijn, gemeten van de voet van de dakkapel, niet hoger dan 1,75 meter is; de omvang van een dakkapel is ondergeschikt aan het dakvlak en bedraagt maximaal 50% van het dakvlak; dakkapellen boven elkaar zijn niet toegestaan; geen dakkapel ter hoogte van de vliering, maar onder in het dakvlak situeren; bij een aangekapte dakkapel is de omvang ondergeschikt aan het dakvlak; detaillering, materialen en kleuren van de dakkapel voldoen aan de volgende criteria: de detaillering is afgestemd op die van het gebouw waarop de dakkapel staat; het materiaal- en kleurgebruik zijn gelijk of gelijkwaardig aan – en passend bij – die van de woning. 3.. Toetsing aan de criteria uit dit artikel wordt uitgevoerd door het college, eventueel met advies van de stadsbouwmeester of commissie omgevingskwaliteit.

Rechtspraak bij dit artikel