Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Omvang en situering van het terras

Onderdeel van Uitvoeringsvoorschrift Terrassen in de gemeente Rijswijk 2012

1.. Ingeval er sprake is van een terras op een weg, moet in verband met de veiligheid (doorgang (hulp)diensten) een vrije en onbelemmerde doorgang van ten minste 3,5 meter bij een eenrichtingsweg en 4,50 meter bij een weg met tweerichtingsverkeer gewaarborgd zijn; 2.. Het onder punt 1 van dit artikel gestelde geldt ook voor gebieden aangeduid als ‘erf’ of ‘voetgangersgebied’, die wel begaanbaar zijn voor verkeer (voor (hulp)diensten, laden- en lossen e.d.); 3.. De onder lid 1 en lid 2 genoemde vrije ruimte dient voor 50% aan de ene zijde en voor 50% aan de andere zijde van de wegas/verkeerstrook gerealiseerd te worden; 4.. Ingeval sprake is van een terras op voetpaden/trottoirs, moet een vrije doorgang van ten minste 1,5 meter vrije ruimte gewaarborgd te zijn; 5.. Ingeval sprake is van terrassen/uitstallingen aan beide zijden van de weg, zal nadat de onder punt 1 en 3 genoemde vrije doorgangen zijn gewaarborgd, ten aanzien van de resterende meters waarop de terrassen en/of uitstallingen kunnen worden geplaatst een verdeling gelden van 50%/50%, waarbij: bij één uitstalling en één terras, nadat met de 50%/50% verdeling de uitstalling de maximale uitstapdiepte van 0,90 meter heeft bereikt, de extra ruimte ten goede van het terras zou kunnen komen; bij twee terrassen altijd de verdeling volgens 50%/50% gehanteerd zal worden, tenzij de bestemmingsplanbepalingen anders aangeven. Voor de situatie bij twee uitstallingen wordt verwezen naar de beleidsnotitie Uitstallingen in de gemeente Rijswijk 2012; 6.. Looppaden moeten worden vrijgelaten; 7.. Ingangen, doorgangen, uitgangen, nooduitgangen, gangpaden, galerijen, trappen, hellingbanen en vluchtwegen dienen te allen tijde over de minimaal vereiste breedte te worden vrijgehouden van obstakels en steeds voldoende stroef zijn. Dit geldt eveneens voor het als verlengstuk van de vluchtwegen aan te merken gedeelte van het aansluitend terrein; 8.. De toegang tot de boven of naast de inrichting gelegen woningen/panden is te allen tijde gewaarborgd; 9.. Een terras mag niet zodanig zijn geplaatst of uitgevoerd dat er een verkeersonveilige situatie ontstaat; 10.. Een terras aan een plein of pleinvormige verruiming in een straat moet zodanig zijn geplaatst dat er direct zicht vanuit de inrichting op het terras is. Het terras moet zoveel mogelijk recht voor de inrichting worden gesitueerd; 11.. Het is verboden zonder toestemming van de gemeente (afdeling Stadsbeheer) graafwerk te verrichten en/of verharding op te breken; 12.. De bereikbaarheid van brandkranen dient te allen tijde gewaarborgd te blijven. Terrassen dienen buiten de vrije werkruimte van minimaal 1,00 meter van alle zijden van de brandkranen te blijven; 13.. Indien zich onder het terras kabels, leidingen of riolering bevinden, of deze daar moeten worden gelegd, en de daarop rechthebbenden daaraan noodzakelijke werkzaamheden moeten verrichten, dient het terras na aankondiging door de rechthebbende ontruimd te worden en dienen eventueel aanwezige belemmerende vlonders, terrasschotten, parasols, bevestigingsmateriaal en dergelijke eveneens te worden verwijderd, alles door en op kosten van de vergunninghouder.

Rechtspraak bij dit artikel