Naast voorschriften die aan een vergunning worden verbonden, kunnen ook voorschriften worden vastgesteld voor activiteiten die onder algemene regels vallen. Dit kan in een zogeheten maatwerkbesluit.
Bij bijvoorbeeld de volgende milieuonderwerpen zijn maatwerkvoorschriften aan de orde:
Bodem:
De slechte draagkracht van de bodem en de continue bodemdaling leiden in nagenoeg de hele regio tot verzakkingen. De slechte draagkracht in de regio is vooral een risico voor ondergrondse leidingen en bouwwerken, zoals rioleringen. Bij ongelijke verzakkingen kunnen leidingen afbreken en kunnen vloeistoffen de bodem indringen. Om deze reden hebben de gemeenten de beleidsnotitie “Beleidsregels voor bodemonderzoek bij bedrijven” vastgesteld om grondwatermonitoring toe te passen bij olie-/benzineafscheiders (obas). Alle bedrijven in de regio Midden-Holland die een obas hebben en gelegen zijn in zettingsgevoelig gebied zijn hiertoe verplicht.
Geluid:
Specifieke geluidsgrenswaarden die noodzakelijk zijn voor het zonebeheer van een industrieterrein of bedrijventerrein worden met maatwerkvoorschriften opgelegd.
Afvalwater:
Een vetafscheider is verplicht bij het lozen van afvalwater dat vrijkomt bij het bereiden van voedingsmiddelen in horecagelegenheden. Met maatwerk kan van deze verplichting worden afgezien als er geen of zeer beperkt vethoudend afvalwater ontstaat. Zie het beleidskader hieronder in 4.5.2.1.
4.5.2.1.Beleidskader afzien van vetafscheiders
Bij het bereiden van voedingsmiddelen, inclusief het afwassen van bestek en kookgerei en het schoonmaken van de keuken, komt een hoeveelheid vethoudend afvalwater vrij. Dit vet kan stollen in het riool en het riool verstoppen. Het Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht bedrijven daarom om een vetafscheider te plaatsen om de lozing van vethoudend afvalwater te voorkomen. Dit staat in artikel 3.131 lid 4 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
In bijzondere gevallen is een vetafscheider niet nodig. Bijvoorbeeld wanneer er bij het bereiden van voedingsmiddelen geen vetten of oliën worden gebruikt of slechts kleinschalig of incidenteel voedingsmiddelen worden bereid. In deze gevallen kan het bevoegd gezag met een maatwerkvoorschrift een ontheffing verlenen van de verplichting tot het plaatsen van een vetafscheider. Dit staat in artikel 3.131 lid 5 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
De ODMH hanteert de volgende criteria om te beoordelen of een bedrijf in aanmerking komt voor een maatwerkvoorschrift voor het lozen zonder vetafscheider:
Wordt er in de inrichting gebakken, gebraden en/of gegrilld?
Wordt er vaker dan 12 dagen per jaar gefrituurd in één (of meer) friteuse(s) met een (gezamenlijke) inhoud groter dan 9 liter?
Indien er vaker dan 12 dagen per jaar wordt gefrituurd is er geen sprake meer van een incidentele bedrijfssituatie; bij een friteuse met een inhoud van meer dan 9 liter is er sprake van grootkeukenapparatuur en is dit niet aan te merken als kleinschalige voedingsmiddelenbereiding.
Worden voedingsmiddelen binnen de inrichting geserveerd op servies voor meer dan 15 zitplaatsen?
Er is sprake van een kleinschalige faciliteiten indien er voorzieningen aanwezig zijn (zitplaatsen en tafels) voor maximaal 15 personen. Dit sluit aan bij de grens die wordt gehanteerd in Bijlage 1, onderdeel C, categorie 18.2 van het Besluit omgevingsrecht.
Het uitgangspunt is dat indien twee van de drie vragen met “ja” zijn beantwoord, er geen sprake is van een geringe lozing van vethoudend afvalwater. Er staat dan vast dat er een hoeveelheid vethoudend afvalwater vrijkomt, omdat er vetten en oliën worden gebruikt bij het bereiden van de voedingsmiddelen en die na het afwassen en schoonmaken in het riool terechtkomen. Om rioolverstoppingen te voorkomen is een vetafscheider noodzakelijk. Ontheffing van deze verplichting is dan niet mogelijk. Onder de Omgevingswet kunnen deze uitgangspunten worden voortgezet.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.5.
Artikel 4.5.2.
Maatwerkvoorschriften
Onderdeel van Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026