1. De leden en de plaatsvervangers kunnen voor een termijn van ten hoogste 4 jaar worden benoemd.
2. Leden en plaatsvervangers kunnen worden herbenoemd door burgemeester en wethouders .
3. De leden en plaatsvervangers worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door
burgemeester en wethouders worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op
andere zwaarwegende gronden.
4. Burgemeester en wethouders benoemen op grond van artikel 156, eerste lid van de Gemeentewet
de leden van de commissie en plaatsvervangers nadat zij de commissie gevraagd heeft om een
selectie en voordracht van kandidaat-leden. Burgemeester en wethouders informeren de raad over
de benoeming van nieuwe leden.