1. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of
namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de
commissie wordt tijdig op een geschikte wijze bekendgemaakt. Indien burgemeester en wethouders
– al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan
dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de
Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de
beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen.
2. De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot
toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. Tijdens de beraadslagingen is er geen
spreekrecht.
3. Over de uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste drie
leden, de voorzitter daaronder niet inbegrepen. De voorzitter van de commissie maakt geen deel uit
van de besluitvorming.
4. Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een
rijksmonumentenactiviteit en een activiteit voor een gemeentelijk monument wordt niet besloten
dan in aanwezigheid van ten minste drie leden, de voorzitter daaronder niet begrepen, waarvan
tenminste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg.
5. Leden die als opdrachtgever, opdrachtnemer, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de
uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert,
onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van
en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig.
6. De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht
is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen.
Artikel 8.
Beraadslaging en standpuntbepaling
Onderdeel van Verordening op de BEL adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit 2021