Naar hoofdinhoud
1.. Het bestuursorgaan kan voor één of meer (categorieën van) bevoegdheden als bedoeld in artikel 1 van bijlage 1 bepalen dat, voor zover de betreffende (categorie van) bevoegdheden de bevoegdheid omvat(ten) om besluiten als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb te nemen, laatstgenoemde bevoegdheid niet wordt gemandateerd. Dit geschiedt door het plaatsen van een kruis in de hiertoe aangewezen kolom van artikel 1 van bijlage 1. 2.. De mandaatverlening blijft in dat geval beperkt tot de bevoegdheid feitelijke handelingen te verrichten in het kader van de voorbereiding, bekendmaking en uitvoering van de door het bestuursorgaan zelf te nemen en/of genomen besluiten. Onder feitelijke handelingen worden in dit verband mede verstaan de feitelijke handelingen genoemd in artikel 2 van de bijlage 1, met uitzondering van de aldaar aangekruiste feitelijke handelingen welke voorbehouden blijven aan het bestuursorgaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel