Wanneer de bijstandsgerechtigde niet zelf de mogelijkheid heeft om de waarde van een gift in natura uit te geven, bijvoorbeeld door het verkopen van de gift, wordt deze niet aangemerkt als middel voor de bijstand. Voor kostbare en/of roerende zaken waarbij de bijstandsgerechtigde wel over de waarde kan beschikken geldt dezelfde beoordeling als onder artikel 2 en 3 van deze beleidsregel.