Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2024

1.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2.. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen onroerende zaakbelastingen, rioolheffing of afvalstoffenheffing, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 25 , maar minder is dan € 3.500 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt met betrekking tot het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso en geldt de betaaltermijn als genoemd in het eerste lid. 4.. De belasting als bedoeld in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel moet worden betaald: in geval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van uitreiking; in geval van toezending van de kennisgeving: binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 5.. De belasting bedoeld in hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel moet worden betaald op het moment van het doen van de kennisgeving. 6.. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel