Maatstaf van de heffing
Grondslag voor de berekening van het straatgeld is het aantal m2 ingenomen grondoppervlakte.
De opmeting der ingenomen oppervlakte geschiedt door burgemeester en wethouders die van de ingenomen oppervlakte terstond kennis geven aan belanghebbenden.
Bij steigers of schoren zonder omtimmering wordt de door de palen ingenomen oppervlakte berekend, alsof zij van omtimmering waren voorzien. Is slechts een enkele paal geplaatst, dan wordt als oppervlakte aangenomen het vierkant van de afstand tussen die paal en het particulier eigendom. Indien planken uitsteken buiten de door de steigerpalen ingenomen oppervlakte, wordt dit meerdere bij de bepaling daarvan in rekening gebracht.
Het straatgeld wordt geheven, van de dag af, waarop met het in gebruik nemen van de openbare straat een aanvang is gemaakt, tot en met die, waarop de ingebruikneming is beëindigd.
Hoofdstuk I
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van straat-, kade- en havengeld 2011