Op nationaal niveau zijn wetten vastgesteld die betrekking hebben op de staat en de kwaliteit van de openbare ruimte. Deze wetten geven geen concrete richtlijnen voor de kwaliteit waaraan de openbare ruimte moet voldoen. Wel wordt het belang onderstreept dat er kaders vastgelegd moeten worden, waarbinnen beheerd en onderhouden moet worden. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de aansprakelijkheid van de gemeente Veere volgens de wetgeving. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de aansprakelijkheid van de wegbeheerder. In bijlage 1 zijn de relevante wetten kort uiteengezet.
Aansprakelijkheid in relatie tot het wegbeheer
Sinds 1992 is door de invoering van het Nieuw Burgerlijk Wetboek de wettelijke aansprakelijkheid van de beheerder formeel veranderd. Dit heeft tot gevolg dat ook wanneer de beheerder zijn zorgplicht is nagekomen, hij toch aansprakelijk kan zijn voor schades die weggebruikers (automobilisten, fietsers, voetgangers) ondervinden door gebreken aan de verharding. Gebreken aan de verharding kunnen Veere tot een relatief onschuldige valpartij, maar ook tot een dodelijk ongeval, waarbij de gemeente uiteindelijk strafrechtelijk kan worden vervolgd.
De wettelijke aansprakelijkheid kan onderverdeeld worden in risicoaansprakelijkheid en schuldaansprakelijkheid.
Risicoaansprakelijkheid
Artikel 174 van boek 6 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek (6:174 BW) regelt de aansprakelijkheid van de wegbeheerder indien de schade het gevolg is van een gebrek aan de openbare weg (waaronder mede het weglichaam en de weguitrusting). Er is sprake van een gebrek aan de weg indien de weg niet voldoet aan de eisen die men er onder de gegeven omstandigheden aan mag stellen en hierdoor een gevaarlijke situatie ontstaat. Dit houdt in dat de wegbeheerder aansprakelijk is voor schade als gevolg van een gebrek, ook al is hij niet op de hoogte van dit gebrek. Voorbeelden van gebreken zijn gaten in de weg, losliggende (stoep-)tegels, ondeugdelijk uitgevoerde drempels, maar ook gevaarlijke verkeerssituaties door onduidelijke bebording.
Specifiek voor de gemeente Veere zijn de schades aan de verhardingen als gevolg van boomwortelopdruk een groot risico.
Is één maal vastgesteld dat de schade is ontstaan als gevolg van een gebrek, dan is de enige mogelijkheid voor de wegbeheerder om onder de aansprakelijkheid uit te komen, een beroep te doen op de zogenaamde “tenzijclausule”. De tenzijclausule houdt onder meer in dat de wegbeheerder niet aansprakelijk is , als een zeer korte periode ligt tussen het ontstaan van het gebrek en het ontstaan van de schade. De wegbeheerder dient een beroep op de tenzijclausule goed te onderbouwen. De wegbeheerder moet aantonen dat, ook al was hij van de situatie op de hoogte, vanwege het korte tijdsbestek tussen het ontstaan van het gebrek en het ontstaan van de schade geen mogelijkheid bestond tot het treffen van een maatregel. Verder dient de wegbeheerder aan te tonen dat de weg regelmatig is gecontroleerd en dat uit bijvoorbeeld het klachtensysteem geen eerdere bekendheid met het gebrek is te herleiden.
Schuldaansprakelijkheid
Indien de schade niet het gevolg is van een gebrek aan de weg zelf, maar de aanwezigheid van losse voorwerpen of substanties op de weg (die geen deel uitmaken van de weg), dan is er sprake van schuldaansprakelijkheid. Voorbeelden van losse voorwerpen of substanties zijn bladeren, zand, olie, modder, grind, maar ook sneeuw, ijzel of afgevallen lading op de weg. In dergelijke gevallen dient de aansprakelijkheid te worden beoordeeld op grond van artikel 162 van boek 6 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek (6:162 BW). Toerekenbaar tekortschieten van de wegbeheerder in zijn zorgplicht om de onder zijn beheer vallende wegen naar behoren te onderhouden is een noodzakelijke voorwaarde voor aansprakelijkheid. Dit moet door de gedupeerde worden aangetoond. In tegenstelling tot risicoaansprakelijkheid, kan de wegbeheerder aan schuldaansprakelijkheid ontkomen door aan te tonen dat hij niet op de hoogte was (of had kunnen zijn) van de betreffende situatie. Ook hier dient de wegbeheerder aan te tonen dat de weg regelmatig is gecontroleerd en dat uit bijvoorbeeld het klachtensysteem geen eerdere bekendheid met het gebrek is te herleiden. Is de wegbeheerder één maal bekend met een gevaarlijke situatie, dan dient hij zo spoedig mogelijk doeltreffende maatregelen te nemen.