**1..** De Rekenkamer is belast met de organisatie van de onderzoeken en is autonoom in de inrichting en uitvoering daarvan.
**2..** De Rekenkamer beschrijft in een Nota van werkwijze op welke manier zij een onderzoek uitvoert.
**3..** Het staat de Rekenkamer vrij om de raad tussentijds te informeren over de voortgang van een onderzoek.
**4..** De Rekenkamer draagt de verantwoordelijkheid voor de definitieve formulering van de conclusies van het rekenkameronderzoek.
**5..** Het onderzoek van de Rekenkamer mondt uit in een rapport waarin bevindingen, conclusies en aanbevelingen zijn opgenomen, met dien verstande dat hierin niet worden opgenomen gegevens en bevindingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn.
**6..** De gemeentesecretaris zal in de gelegenheid worden gesteld om binnen 21 dagen op de nota van bevindingen te reageren. Voor zover de opmerkingen betrekking hebben op feitelijke onjuistheden c.q. de weergave van letterlijke citaten in het voorlopige onderzoeksrapport, worden deze opmerkingen in het onderzoeksrapport verwerkt.
**7..** Na vaststelling van het definitieve rapport krijgt het college de gelegenheid om binnen 28 dagen zijn zienswijze in een bijlage toe te voegen. Indien de bestuurlijke reactie hiertoe aanleiding geeft, kan hierop een reactie van de Rekenkamer worden toegevoegd.
**8..** De Rekenkamer deelt aan het college of aan de betrokken rechtspersoon de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de raad of het college kan zij ter zake voorstellen doen.
**9..** De Rekenkamer zendt een afschrift van haar rapporten en haar verslag aan de raad en het college. Indien zij met toepassing van artikel 184 van de Gemeentewet een onderzoek heeft ingesteld, zendt de Rekenkamer tevens een afschrift van het rapport aan de betrokken instelling.
**10..** De raad besluit over de behandeling van het rekenkameronderzoek en zal zich binnen drie maanden uitspreken over de aanbevelingen van het rekenkameronderzoek.
**11..** Als onderdeel van de besluitvorming in de raad wordt tevens vastgelegd wanneer en op welke wijze het college van Burgemeester en Wethouders aan de raad zal rapporteren over de opvolging van door de raad overgenomen conclusies en aanbevelingen.