Naar hoofdinhoud
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan of een soortgelijk onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar. volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen. vakantieonderkomen: roerende of onroerende woningen en andere verblijven, naar aard en inrichting vergelijkbaar onderkomen, of een deel van een huis of vergelijkbaar onderkomen, gelegen op grond of water, welke in hoofdzaak zijn bestemd voor en gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden, niet zijnde kampeermiddelen. particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf. particulier verhuurde ruimten: (vakantie)onderkomens en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde kampeermiddelen, welke niet in hoofdzaak zijn bestemd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden, doch welke in bepaalde perioden van het jaar wordt verhuurd dan wel te huur aangeboden.

Rechtspraak bij dit artikel