Naar hoofdinhoud
1.. Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder. 2.. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. 3.. Het eerste lid is niet van toepassing bij de begraving van een immatuur kind. Tot begraving van een immatuur kind wordt overgegaan nadat bij de aanvraag van de begraving een verklaring van de behandelend arts is overhandigd waaruit blijkt dat het een immatuur kind betreft.

Rechtspraak bij dit artikel