In deze verordening wordt verstaan onder:
aangepaste woning: woning waarin op grond van de Wmo voorzieningen zijn aangebracht waarop woningzoekenden met ergonomische beperkingen en een Wmo indicatie zijn aangewezen en/of woningen die geschikt zijn voor rolstoelgebruik;
betaalbare huurwoning: huurwoning van een woningcorporatie of particuliere verhuurder in de regio Gooi en Vechtstreek met een volgens de definitie van het ministerie van BZK betaalbare huur (per 1-1-2024 tot € 1100,- per maand);
BRP: (Wet) Basisregistratie Personen;
bruto vloeroppervlakte: de oppervlakte van woonkamer, slaapkamer(s), keuken en badkamer, volgens het woningwaarderingsysteem;
bijzondere maatschappelijke doelgroep:
de woningzoekende, die ingezetene van een gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek is en die vanwege huurschuld en/of ernstige overlast en/of vervuiling ontruimd is of dreigt te worden uit een sociale huurwoning van een in de regio Gooi en Vechtstreek toegelaten instelling en waarbij zelfstandig huurderschap vanwege de overlast en of financiële en/of de vervuilingsproblematiek (nog) niet mogelijk is;
de woningzoekende die ingezetene is van een gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek en in een maatschappelijke instelling in een gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek is opgenomen en daaruit kan uitstromen;
de woningzoekende die eerst met een Wmo indicatie maar na overgang naar de Wlz met de verblijfsindicatie op basis van de Wlz, een plek inneemt in een maatschappelijke instelling als bedoeld in lid 23;
de woningzoekende die verblijft in de (Wlz) long stay instelling de Mauritzhof wanneer er sprake is van medisch noodzakelijk verblijf voor mensen die niet kunnen uitstromen vanwege het ontbreken van woonruimte;
de aanvrager van urgentie over wie uit onderzoek is gebleken dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de aanvrager nog niet in staat is tot goed huurderschap;
de zorgaanbieder adviseert voor de woningzoekenden uit sub a. tot en met sub e. van dit lid of zelfstandig huren zonder ambulante begeleiding, met ambulante begeleiding of onder voorwaarden van een zorgcontract mogelijk is;
directe bemiddeling: beschikbaar stellen van een woning buiten het aanbod- of lotingmodel door direct overleg tussen een daarvoor aangewezen medewerker van de gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek of de Regio Gooi en Vechtstreek met een woningcorporatie;
doorstromer:
de woningzoekende in een gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek die een zelfstandige sociale huurwoning van een woningcorporatie achterlaat in de regio Gooi en Vechtstreek;
de woningzoekende met een actuele inschrijving in WoningNet die dateert van voor 1 januari 2024. De woningzoekende woont al van vóór september 2011 in de huidige koopwoning of huurwoning in de regio en heeft recht op de oude waarde als omschreven in artikel 3.7;
economische binding:
de situatie dat de woningzoekende met het oog op de voorziening in het bestaan een redelijk belang heeft zich in de regio Gooi en Vechtstreek te vestigen. Hieronder wordt verstaan het duurzaam (vast contract voor ten minste 19 uur per week) verrichten van arbeid binnen of vanuit een gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek. Er moet eveneens sprake zijn van een duurzame relatie tussen de arbeid en het betrokken gebied. Uitzendkrachten zijn economisch gebonden aan de gemeente of regio waar de uitzendorganisatie is gevestigd;
het duurzaam volgen van een dagopleiding in de regio Gooi en Vechtstreek wordt hiermee gelijkgesteld;
voor zelfstandigen geldt: een inschrijving in de kamer van koophandel in de regio Gooi en Vechtstreek en er is een fysiek bedrijf dat in een regiogemeente gevestigd is op een regulier adres. Een bedrijf op een postadres is onvoldoende;
gemeentebinding: (ook wel lokale binding): een economische of maatschappelijke binding volgens deze verordening aan uitsluitend de betreffende gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek;
herhuisvestingsurgentie: urgentie die wordt toegekend omdat een bestaande sociale huurwoning van een toegelaten instelling in een gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek moet worden verlaten vanwege grootschalige renovatie of sloop;
huishouden: een alleenstaande die een huishouden voert of wenst te voeren of twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren, of wensen te voeren;
huishoudinkomen: gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 van de aanvragers van een huisvestingsvergunning voor een bij huisvestingsverordening aangewezen woonruimte, met uitzondering van kinderen in de zin van artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor ‘belanghebbende’ telkens wordt gelezen ‘aanvrager’;
huisvestingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet:
Het is verboden om woonruimte die is aangewezen op grond van artikel 7 (van de Wet, de in de huisvestingsverordening aangewezen categorieën woonruimte) voor bewoning in gebruik te nemen zonder vergunning van burgemeester en wethouders;
huren onder voorwaarden (HOV): een (te sluiten) huurcontract met bijzondere voorwaarden over gedrag, goed huurderschap en/of een zorgcontract ten behoeve van een woningzoekende uit de bijzondere maatschappelijke doelgroep waarbij het huurcontract in eerste instantie op naam van een zorgaanbieder gesloten kan worden omdat de woningzoekende nog niet in staat is tot zelfstandig goed huurderschap;
huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een zelfstandige woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand;
inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woning die door een ander huishouden in gebruik is genomen;
ingezetene:
degene die, direct voorafgaand aan de urgentieaanvraag en/of woningtoewijzing, gedurende ten minste één jaar onafgebroken is opgenomen in de BRP van één van de gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek (of van meerdere gemeenten bij elkaar opgeteld) en in die gemeente rechtmatig en feitelijk het hoofdverblijf heeft. Het hebben van een brief- of postadres telt hier niet mee.
de aanvrager van urgentie die ingezetene was zoals bedoeld onder a. en
die de zelfstandige gezamenlijke woning in de regio korter dan een jaar geleden moest verlaten vanwege echtscheiding, of het verbreken van een relatie en
noodgedwongen een tijdelijke oplossing buiten de regio heeft gevonden,
kan uitsluitend bij de behandeling van een urgentieaanvraag aangemerkt worden als ware de aanvrager nog een ingezetene.
Het gestelde in dit lid geldt voor maximaal één jaar gerekend vanaf het ontstaan van het woonprobleem en tijdelijke vertrek naar buiten de regio.
Dit is uitsluitend van toepassing bij de behandeling van een ingediende aanvraag om urgentie en is nadrukkelijk niet van toepassing bij het reageren op woningaanbiedingen;
inschrijving: inschrijving als woningzoekende;
inschrijfsysteem: de door of namens burgemeester en wethouders bijgehouden registratie van woningzoekenden als bedoeld in artikel 3.4 van deze verordening;
kamer: elke afzonderlijke ruimte in een woning bestemd voor woon- en/of slaapruimte;
loting: het gebruikmaken van een toevalsgenerator om de rangorde bij woningtoewijzing te bepalen;
maatschappelijke binding: de situatie dat de woningzoekende een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in de regio Gooi en Vechtstreek te vestigen. Hieronder wordt in deze verordening verstaan: de woningzoekende die gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van een gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek;
maatschappelijke instelling: een instantie of (zorg)instelling die een verblijfsvoorziening biedt in een gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek voor beschermd wonen, opvang, intramurale begeleiding of ondersteuning voor specifieke doelgroepen, op basis van door een gemeente in de regio geïndiceerde en gefinancierde Wmo zorg;
mantelzorg: hulp die niet in het kader van een hulpverlenend beroep verleend wordt aan iemand met wie een sociale relatie bestaat. Zoals met een familielid, vriend of buren. Mantelzorg is meestal langdurig en/of intensief. De hulp bestaat uit verzorging maar kan ook hulp bij noodzakelijke dagelijkse activiteiten zijn. Zoals een huishouden voeren. Door deze hulp kan de ander zich redden, thuis (lees zelfstandig) blijven wonen en meedoen aan de samenleving. De hulp die een mantelzorger geeft gaat verder dan de gebruikelijke hulp die huisgenoten aan elkaar geven. De normale en gebruikelijke zorg wordt in het geval van mantelzorg in zwaarte, duur en intensiteit aanmerkelijk overschreden.
Ministerie van BZK: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
oude waarde (art. 3.6):
tot 1 januari 2024: tijdelijke overgangsregeling van het tot september 2011 geldende woonruimteverdeelsysteem naar het huidige verdeelsysteem voor sociale huurwoningen van woningcorporaties, waarin de rechten van woningzoekenden van voor 29 september 2011 werden gewaarborgd;
vanaf 1 januari 2024: bij nieuwe inschrijvingen als woningzoekende wordt de oude waarde uitsluitend voor huurders van een volgens de definitie van het ministerie van BZK betaalbare huurwoning van corporaties en particuliere verhuurders in de regio Gooi en Vechtstreek ingezet als doorstroommaatregel;
woningzoekenden met een actuele inschrijving die dateert van voor 1 januari 2024 en nog als huurder of eigenaar in dezelfde woning wonen als voor 29 september 2011 behouden de toegekende rechten met betrekking tot de oude waarde;
woningzoekende starters met een actuele inschrijving die dateert van voor 1 januari 2024 en die van voor 29 september 2011 als starter ingeschreven stonden als woningzoekende behouden de toegekende rechten met betrekking tot de oude waarde mits zij na 29 september 2011 niet huurder zijn geweest van een sociale huurwoning van de woningcorporaties in de regio Gooi en Vechtstreek;
passend toewijzen: wettelijke verplichting aan toegelaten instellingen om huishoudens met een inkomen onder de huurtoeslaggrens een woning toe te wijzen met een huur onder de zogenaamde aftoppingsgrenzen (€ 647,19, - voor één en twee persoonshuishoudens en € 693,60 voor drie en meer persoonshuishoudens, prijspeil 2023). Deze verplichting geldt in 95% van de gevallen;
pfho B en W: portefeuillehoudersoverleg Fysiek Domein, Bouwen en Wonen van de Regio Gooi en Vechtstreek;
regionale urgentiecommissie: de commissie als bedoeld in het Reglement Regionale Urgentiecommissie Gooi en Vechtstreek;
regio Gooi en Vechtstreek: woningmarktregio, het grondgebied van de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, en Wijdemeren;
Regio Gooi en Vechtstreek: samenwerkingsverband van de gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek;
regionaal medisch deskundige: een door burgemeester en wethouders aangewezen onafhankelijk medisch adviseur;
sociale huurwoning: woning van een toegelaten instelling in de regio Gooi en Vechtstreek waarvoor huurtoeslag mogelijk is;
starter:
de woningzoekende van een gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek die geen sociale huurwoning van een woningcorporatie voor nieuwe verhuur achterlaat
de woningzoekende die niet in één van de zes gemeenten de regio Gooi en Vechtstreek woont;
de woningzoekende die direct voorafgaand aan de urgentieaanvraag of woningtoewijzing in een gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek woont, maar korter dan één jaar staat ingeschreven in de BRP van een gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek en daarom geen ingezetene van de gemeente (of regio Gooi en Vechtstreek) is in de zin van deze verordening;
toegelaten instelling: instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet (woningcorporatie);
urgentie: beschikking verleend door burgemeester en wethouders van een gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek, waarmee een woningzoekende in een urgentiecategorie als bedoeld in Hoofdstuk 4 van de huisvestingsverordening wordt ingedeeld en daarmee voorrang krijgt bij de woningtoewijzing;
vergunninghouder: (statushouder) vreemdeling die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft ontvangen;
Wet: Huisvestingswet 2014;
Wlz: Wet langdurige zorg;
Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de regio Gooi en Vechtstreek;
woningruil: ten minste twee partijen die besluiten de door hen zelf gehuurde woning(en) of koopwoning(en) waarvan zij de eigenaar zijn, te willen verlaten en die van de ander te betrekken;
woningzoekende: huishouden dat in het inschrijfsysteem is ingeschreven;
woonduur: de tijd dat de woningzoekende feitelijk als huurder of koper zijn hoofdverblijf heeft op het huidige adres in de regio Gooi en Vechtstreek zoals bedoeld in de wet BRP;
woonfraude:
alle vormen van onrechtmatige bewoning, onrechtmatige door- of onderverhuur, onrechtmatig gebruik, bijvoorbeeld voor illegale activiteiten en overbewoning van een woning waarbij geen toestemming is van de eigenaar;
het willens en wetens aanleveren van onjuiste of onvolledige informatie, waardoor de woningzoekende ten onrechte een sociale huurwoning toegewezen of aangeboden heeft gekregen;
zelfstandige woonruimte/woning: woning als gedefinieerd in artikel 7:234 BW., een woning welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning;
zoekwaarde: de waarde uit artikel 3.7 en indien aan de orde waarde uit artikel 3.8 waarmee de rangorde van woningzoekenden bij de woningtoewijzing wordt bepaald;
zorgcontract: een door de gemeente of door de gemeente gecontracteerde zorginstantie opgesteld zorgplan dat onderdeel uitmaakt van of hoort bij de (te sluiten) huurovereenkomst voor een sociale huurwoning. In het zorgplan wordt de woongerelateerde problematiek van een huurder of woningzoekende uit de maatschappelijke doelgroep benoemd en geadresseerd. Aangegeven wordt welke zorg of behandeling nodig is om de woonproblematiek op te lossen en herhaling daarvan te voorkomen en wat consequenties zijn als de huurder of woningzoekende niet meewerkt of zich niet aan de afspraken houdt. Het zorgplan bevat ook evaluatiemomenten en is maximaal 2 jaar geldig. Het zorgplan moet geaccordeerd zijn door zowel de gecontacteerde zorginstantie als de gemeente en de persoon uit de bijzondere maatschappelijke doelstelling. Met de ondertekening is het zorgplan een zorgcontract geworden.
Voor (kandidaat) huurders met een Wlz indicatie uit de maatschappelijke doelgroep geldt dat gemeenten meer op afstand staan. Als voor deze woningzoekenden een zorgplan/zorgcontract aan de orde is maken de woningcorporaties afspraken met de zorginstantie en het zorgkantoor financiert de zorg.