Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 4.1

Urgentiecriteria

Onderdeel van Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2024

Burgemeester en wethouders kunnen voor de in artikel 2.1 lid 1. aangewezen woningen urgentie toekennen aan woningzoekenden die voldoen aan: 4.1.1 Artikel 12 lid 3. van de Wet Woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten: voorwaarde: de woningzoekende toont dit aan door middel van een verklaring van de instelling dat de woningzoekende daar daadwerkelijk verblijft; voorwaarde: de woningzoekende is een goed huurder. Woningzoekenden die mantelzorg ontvangen of verlenen: voorwaarde: de mantelzorgverlener of de mantelzorgontvanger is woonachtig buiten de regio Gooi en Vechtstreek, binnen de regio is de reisafstand in principe acceptabel; voorwaarde: de reisafstand van de woningzoekende die buiten de regio woont naar een gemeente in de regio waar de mantelzorgverlener of -ontvanger woont is onoverkomelijk en langer dan een binnen de regio als acceptabel geachte reisafstand; voorwaarde: zonder verhuizing kan de noodzakelijke mantelzorg niet worden verleend of ontvangen; voorwaarde: er zijn voor de mantelzorgontvanger geen voorliggende voorzieningen vanuit bijvoorbeeld de Wmo of Wlz waarmee de noodzaak tot verhuizen van één van de partijen vervalt; voorwaarde: de mantelzorgrelatie wordt zo nodig aangetoond en onderbouwd met verklaring van deskundigen, bijvoorbeeld een huisarts of andere sociaal medische adviseur waaruit - de mate van- zorg blijkt. 4.1.2 Eén of meer van de navolgende regionale urgentiecriteria en bijbehorende (rand)voorwaarden Medische gronden: er moet sprake zijn van een noodsituatie die vergt dat direct of uiterlijk binnen drie maanden een woning beschikbaar komt ter voorkoming van ernstige schade aan het fysieke of psychische welzijn van de aanvrager en/of lid van het huishouden dat mee verhuist, waarbij die schade het rechtstreekse gevolg is van de huidige woonsituatie; een onafhankelijk medisch deskundige brengt advies uit. Dakloosheid ten gevolge van calamiteiten: de huidige woning is als gevolg van een plotselinge gebeurtenis zoals bijvoorbeeld brand of een natuurramp blijvend onbewoonbaar en de aanvrager kan niet zelf of met behulp van een verzekering in andere woonruimte voorzien. Dakloosheid van een ouder met minderjarig(e) kind(eren): de ouder kan na een echtscheiding of na het verbreken van een aan huwelijk gelijkwaardige relatie niet meer over woonruimte beschikken voor zichzelf en één of meer minderjarige kinderen en; de andere ouder kan de kinderen niet –tijdelijk- huisvesten omdat de andere ouder niet over woonruimte beschikt en; wanneer sprake is van een (voormalige) gezamenlijke (sociale) huurwoning toont de aanvrager met minderjarige kinderen aan dat het huurrecht van de woning is geclaimd in de scheidingsprocedure en; in alle andere gevallen moet aanvrager aantonen dat niet van aanvrager gevergd kan worden dat aanvrager de woning -tijdelijk- opeist en; aanvrager heeft alles in het werk gesteld om te voorkomen dat de minderjarige kinderen feitelijk dakloos (dreigen te) worden, bijvoorbeeld door het (tijdelijk) claimen van de voormalige gezamenlijke woning bij echtscheiding of een verbroken relatie en; ongeacht de keuze van de ouders over het hoofdverblijf van de minderjarige kinderen of in geval van co-ouderschap: als één van de ouders achterblijft in de voormalige gezamenlijke woning, of beschikt over zelfstandige woonruimte, is er geen sprake van een noodsituatie als bedoeld in deze verordening en is er geen sprake van feitelijke dakloosheid van kinderen. Financiële ontwrichting: onvoorziene en onverwachte financiële problemen die niet aan de aanvrager te verwijten zijn, waardoor de woonlasten (huur/hypotheek) niet langer opgebracht kunnen worden en; de aanvrager moet aantonen dat er geen andere oplossingen, zoals bijvoorbeeld huurtoeslag of een woonkostentoeslag van de gemeente, mogelijk zijn. Geweld: geweld of reële bedreiging met geweld die maakt dat de aanvrager redelijkerwijs niet langer meer in de huidige woning kan blijven en; de aanvrager moet aantonen dat er geen (tijdelijk) onderdak te verkrijgen is en; het geweld of de bedreiging moet aangetoond kunnen worden, bijvoorbeeld door een rapport van de politie. Langdurige inwoning: van een ouder met minderjarig(e) kind(eren) bij familie, vrienden of kennissen in een gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek en; de inwoning met minderjarig(e) kind(eren) in een gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek heeft ten minste twee jaar geduurd en; de aanvrager moet aantonen dat in een periode van twee jaar direct voorafgaand aan de urgentieaanvraag naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is gereageerd op passende woningaanbiedingen in alle gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek. Sociale indicatie: zeer ernstige (sociale) problemen die een directe relatie hebben met de woonsituatie waar bij die problemen tot gevolg hebben dat de aanvrager en/of het gezin van aanvrager niet langer zelfstandig kan/kunnen functioneren in de maatschappij; Bijzondere maatschappelijke doelgroep: Woningzoekenden die uitstromen uit maatschappelijke instellingen als gedefinieerd onder artikel 1.1 sub 23. onder de volgende voorwaarden: de aanvrager staat ingeschreven als woningzoekende en; de aanvrager heeft tijdens het verblijf in een maatschappelijke instelling voor Beschermd Wonen ten minste één jaar direct voorafgaand aan de aanvraag in voldoende mate ingeschreven op passende woningaanbiedingen in alle gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek en is niet in aanmerking gekomen voor woningtoewijzing. De eventuele inschrijfduur van voor de opname in de maatschappelijke instelling telt hierin niet mee en; de aanvrager heeft tijdens het verblijf in de maatschappelijke instelling voor opvang -de vluchtheuvel of de cocon- tenminste één jaar voorafgaand aan de aanvraag in voldoende mate ingeschreven op passende woningaanbiedingen in alle gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek en is niet in aanmerking gekomen voor woningtoewijzing. De eventuele inschrijfduur van voor de opname in de maatschappelijke instelling telt hierin niet mee en; de aanvrager voor wie langer verblijf in de maatschappelijke opvang niet helpend is voor herstel en voor wie een andere dan sociale huurwoning geen oplossing van het woonprobleem is, kan met een positief advies van zorgpartij en gemeente, ook na negen maanden (i.p.v. één jaar) voor een urgentie in aanmerking komen; de aanvrager verblijft in een Wmo gefinancierde instelling en is van een Wmo indicatie overgegaan naar een Wlz indicatie; de aanvrager kan uitstromen uit de long stay GGZ instelling in de regio (Mauritzhof) en er is sprake van medisch noodzakelijk verblijf (MNV), dat door een gemeente in de regio gefinancierd wordt/gaat worden en; de maatschappelijke instelling of zorginstantie heeft geadviseerd dat de aanvrager in staat is om ofwel -eventueel met ambulante begeleiding- zelfstandig te wonen ofwel dat de aanvrager onder de voorwaarde van een zorgcontract zelfstandig kan wonen (zie ook lid 9); dit artikel geldt ook voor terugkeer in de maatschappij van een langdurig, tenminste één jaar, gedetineerde die voorafgaand aan de detentie ingezetene was van een gemeente in de regio, die na afloop van detentie niet kan beschikken over (on) zelfstandige woonruimte en die gedurende één jaar in voldoende mate heeft gereageerd op woningaanbiedingen of voor wie in voldoende mate is gereageerd op woningaanbiedingen. Urgentie onder voorwaarden van een zorgcontract (HOV): burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van de artikelen 4.2 en 4.1.1 en met inachtneming van artikel 2.6 een urgentie toekennen aan de woningzoekende uit de bijzondere maatschappelijke doelgroep die ontruimd is of dreigt te worden onder de voorwaarde van een zorgcontract als vaststaat dat een woning noodzakelijk is voor de benodigde zorg en de woningzoekende uit de maatschappelijke doelgroep –nog- niet zelf in staat is een goed huurder te zijn; bij de aanvraag wordt een door aanvrager, zorginstantie en gemeente ondertekend zorgcontract ingediend; in het zorgcontract moeten de zorgen ten aanzien van goed huurderschap zijn afgedekt; burgemeester en wethouders winnen met betrekking tot de volledigheid van het zorgcontract advies in van de regionale urgentiecommissie; het huurcontract wordt zo nodig voor een periode van twee jaar op naam van de zorginstantie afgesloten, hierna eindigt de huurovereenkomst met de zorginstantie. Evaluatie van het resultaat van de zorg wijst uit of de aanvrager het huurcontract al dan niet kan voortzetten; deze urgentie wordt alleen verleend met directe bemiddeling voor een eenmalige passende woningaanbieding; een urgentie onder voorwaarden wordt uitsluitend verleend nadat de aanvrager schriftelijk heeft ingestemd met de voorwaarden die aan de urgentie verbonden zijn. Die voorwaarden staan in vermeld een zorgcontract. Wooncoach urgentie: De huurder van een huurwoning van een woningcorporatie in de regio die 65 jaar of ouder is en met wie wooncoachgesprek is gevoerd en voor wie een meer passende (toegankelijke) woning nodig is en die wil doorstromen maar onvoldoende zoekwaarde heeft, kan met advies van de wooncoach een urgentie aanvragen. 4.1.3 Overige criteria Sloop of renovatie: uitsluitend voor huurders van een sociale huurwoning van een woningcorporatie in een gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek als er een concreet plan voor sloop of renovatie van de bestaande woning voorligt dat noopt tot vertrek uit die woning. Vergunninghouders: vergunninghouders (statushouders) als bedoeld in artikel 28 van de wet, die onder de taakstelling van de gemeente in de regio Gooi en Vechtstreek vallen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel