Bij de toepassing van de bevoegdheid om een last onder bestuursdwang op te leggen wordt onderscheid gemaakt tussen bewoonde woningen, onbewoonde woningen en lokalen. De toepasselijke sluitingstermijnen staan vermeld in hoofdstuk 4 en 5 van deze beleidsregel.
De tijdelijke sluiting van bewoonde woningen grijpt zwaarder in op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van onbewoonde woningen en lokalen. De essentie ligt daarin dat bij ruimtes die feitelijk worden gebruikt om te wonen, het woonrecht en de bescherming van privé, familie- en gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) een rol speelt. Een tijdelijke sluiting van een bewoonde woning kan immers inbreuk maken op deze rechten en kan tevens ingrijpende gevolgen hebben voor de bewoners. Bij de beoordeling van de vraag of de burgemeester van zijn bevoegdheid gebruik kan maken en, zo ja, op welke wijze, komt hieraan daarom zwaar gewicht toe. Bij de sluiting van onbewoonde woningen en lokalen is het grondrecht van artikel 8 EVRM niet in het geding.
Daarnaast is van belang dat uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 13b van de Opiumwet volgt dat in algemene zin bij een eerste overtreding nog niet tot sluiting van de (bewoonde) woning dient te worden overgegaan en moet worden volstaan met een waarschuwing of soortgelijke maatregel. Anderzijds is de impact van drugshandel op de omgeving en de omwonenden juist groot als het om woningen gaat. In ernstige gevallen kan daarom bij een eerste overtreding wel tot het tijdelijk sluiten van een woning worden overgegaan6Kamerstukken II 2005/06, 30 515, nr. 3, blz. 8 en Kamerstukken II 2006,07, 30 515, nr. 6, blz. 1 en 2.. Hierbij wordt opgemerkt dat van belang is dat hiermee het woonrecht wordt beschermd, niet de woning.
Bij (on)bewoonde woningen speelt de krapte op de woningmarkt een rol. Een tijdelijke sluiting van een (on)bewoonde woning heeft immers tot gevolg dat deze gedurende de sluitingstermijn niet voor bewoning beschikbaar is of kan worden gesteld, terwijl deze woning dus wel een voor bewoning geschikte en bestemde ruimte is. Dit in tegenstelling tot de gevolgen van een tijdelijke sluiting van een lokaal.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3.
Artikel 3.3.1.
Onderscheid woningen, onbewoonde woningen en lokalen
Onderdeel van Damoclesbeleid gemeente Teylingen - 2023