Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.2

Begeleiding, dagbesteding en Jeugdhulp

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Nijmegen 2024

Hoewel bij het CIZ onder de AWBZ ruime ervaring is opgedaan bij het indiceren van Begeleiding, is het niet mogelijk en wenselijk om de door hen ontwikkelde indicatieprotocollen over te nemen. De reden hiervoor is tweeledig: De AWBZ-indicatie was gebaseerd op een grondslag. De Wmo en de Jeugdwet kennen geen grondslagen: in de Wmo en de Jeugdwet is diagnose niet leidend. Vastgesteld wordt wat de beperkingen zijn, welke hulp nodig is, waarna via het zogenaamde trechtermodel wordt beoordeeld wat de aanvrager zelf of met (gebruikelijke) hulp van de eigen omgeving kan oplossen, wat met algemene voorzieningen kan worden opgelost en tenslotte waarvoor maatwerkvoorzieningen of individuele voorzieningen noodzakelijk zijn. De taken zijn niet alleen overgeheveld van de AWBZ naar de Wmo 2015 en Jeugdwet; er moet daadwerkelijk een transformatie plaatsvinden. De opdracht aan gemeenten is om te onderzoeken hoe de bestaande vormen van o.a. begeleiding anders, dichterbij de cliënt kunnen worden georganiseerd en om nieuwe vormen van hulp en ondersteuning voor de diverse doelgroepen te ontwikkelen. Organiseren van preventieve hulp is hier tevens onderdeel van. In de Jeugdwet is de verantwoordelijkheid van de gemeenten uitgebreid met de voorheen provinciale (geïndiceerde) jeugdzorg, de gesloten jeugdzorg, geestelijke gezondheidzorg voor kinderen en jongeren (jeugd-ggz), zorg voor jeugd met een lichte verstandelijke, somatische/lichamelijke en/of zintuiglijke beperking, en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Wanneer een jeugdige of een ouder een hulpvraag heeft, wordt eerst vastgesteld welke hulpvraag dat is. Vervolgens worden de opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen in kaart gebracht, en welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige. Vervolgens wordt net zoals in de Wmo beoordeeld wat de jeugdige zelf of met (gebruikelijke) hulp van de eigen omgeving kan oplossen, wat met algemene voorzieningen kan worden opgelost en tenslotte waarvoor individuele voorzieningen noodzakelijk zijn. Doel van het inzetten van een individuele voorziening is de jeugdige in staat te stellen: gezond en veilig op te groeien; te groeien naar zelfstandigheid, en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau. Voorzieningen op het gebied van jeugdhulp omvatten voor zover noodzakelijk in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid, het vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden. Deze beleidsregels betreffen alleen vrijwillige jeugdhulp. Voor gedwongen jeugdhulp gelden andere werkprocessen, die zijn vastgelegd in documenten en contractafspraken met de daartoe gecertificeerde instellingen, welke voortvloeien uit de bovenregionale afspraken van de Gelderse Verbeteragenda (www.gvjb.nl).

Rechtspraak bij dit artikel