In deze verordening wordt verstaan onder:
| beleidsregels: | de ‘beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken’ zoals bedoeld in artikel 4.19 van de wet; dan wel de beleidsregels van rechtswege conform artikel 4.114, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet, te weten de welstandsnota; |
| college: | het college van burgemeester en wethouders van Den Haag; |
| commissie: | de Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag, zoals bedoeld in artikel 17.9 van de wet; |
| cultuurhistorie: | een verzamelbegrip voor monumenten, beschermde stadsgezichten en de aanduiding cultuurhistorie in het omgevingsplan; |
| gelaagdheid: | De historisch gegroeide landschappelijke, Stedenbouw-kundige en architectonische opbouw van den Haag; |
| gemeentelijk monument: | een monument zoals bedoeld in artikel 1:1 van de Erfgoedverordening Den Haag 2024; |
| omgevingskwaliteit: | de omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 1.3 van de wet; |
| omgevingsplan: | het plan zoals bedoeld in artikel 2.4 van de wet, dan wel een plan van rechtswege conform artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet; |
| omgevingsvisie: | de door de raad vastgestelde visie, conform artikel 3.1 van de wet; |
| rijksmonument | een monument dat is ingeschreven in het register zoals bedoeld in artikel 3:3 van de Erfgoedwet; |
| secretariaat: | de ambtenaren, die aangesteld zijn door het college om het werk van de commissie te ondersteunen; |
| voorlopig monument: | een monument zoals bedoeld in artikel 1:1 van de Erfgoedverordening Den Haag 2024; |
| vooroverleg: | een overleg voorafgaand aan een vergunningaanvraag, waarin bepaald wordt of het college in beginsel bereid is medewerking te verlenen aan het betreffende verzoek of initiatief; |
| Wabo: | de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; |
| wet: | de Omgevingswet. |