Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Bescherming van de melder, degene die de melder bijstaat en betrokken derden tegen benadeling

Onderdeel van Regeling melden vermoeden misstand en inbreuk op Unierecht

1.. De werkgever zorgt ervoor dat de melder bij zijn werk op geen enkele wijze nadelige gevolgen ondervindt van de melding. 2.. De melder mag tijdens en na de behandeling van een melding van een vermoeden van een misstand niet worden benadeeld, onder de voorwaarde dat hij de melding naar behoren heeft gedaan en bij de melding redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de gemelde informatie over het vermoeden van een misstand op het moment van de melding juist is. 3.. De melder mag tijdens en na openbaarmaking van een vermoeden van een misstand niet worden benadeeld, onder de voorwaarde dat: Hij bij de openbaarmaking redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de gemelde informatie over het vermoeden van een misstand op het moment van de openbaarmaking juist is; en Hij voorafgaand aan de openbaarmaking een interne en externe melding heeft gedaan of direct een externe melding heeft gedaan als bedoeld in deze regeling, en hij op basis van de informatie die hij heeft gekregen over de beoordeling en/of opvolging van de melding redelijke gronden heeft om aan te nemen dat het onderzoek onvoldoende voortgang heeft; of Hij redelijke gronden heeft om aan te nemen dat: De misstand een dreigend of reëel gevaar kan zijn voor het algemeen belang; of Een risico bestaat op benadeling bij melding aan een bevoegde autoriteit of een andere bevoegde instantie; of Het niet waarschijnlijk is dat de misstand doeltreffend wordt verholpen. 4.. Onder benadeling wordt in ieder geval verstaan het nemen van een voor de melder nadelige maatregel, zoals: Ontslag of schorsing; Een boete zoals bedoeld in artikel 7:650 BW; Demotie; Het onthouden van bevordering; Een negatieve beoordeling; Een schriftelijke berisping; Overplaatsing naar een andere vestiging; Discriminatie; Intimidatie, pesterijen of uitsluiting; Smaad of laster; Voortijdige beëindiging van een overeenkomst voor het leveren van goederen of diensten, en Intrekking van een vergunning. 5.. Onder benadeling wordt ook verstaan een dreiging met en een poging tot benadeling. 6.. Als de werkgever na het doen van een melding een voor de melder nadelige maatregel neemt, motiveert de werkgever waarom hij deze maatregel nodig acht. Ook legt hij uit waarom deze maatregel geen verband houdt met de melding. 7.. De werkgever spreekt personen die zich schuldig maken aan benadeling van de melder daarop aan en kan hen een waarschuwing, een disciplinaire maatregel of een sanctie opleggen. 8.. Hetgeen in dit artikel is bepaald, geldt ook voor degene die de melder bijstaat en voor een betrokken derde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel