Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.

Inrichting begroting en jaarstukken

Onderdeel van Financiële verordening Horst aan de Maas 2023

1.. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting geeft het College van de nieuwe investeringen per investering het benodigde (bruto) investeringskrediet weer en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven. In de jaarrekening neemt het College van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten op. 2.. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het BBV provincies en gemeenten inzicht gegeven in de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitaties. 3.. Gelijktijdig met de jaarstukken legt het College aan de Raad een projectenrapportage voor. Hierin staat de inhoudelijk en financieel, de actuele stand van de majeure ruimtelijk-fysieke projecten opgenomen en de grondexploitaties. 4.. De in de begroting en jaarstukken opgenomen verschillenanalyses lichten we toe als er sprake is van een verschil, bezien per saldo en minimaal per programma van € 50.000 of meer. Verdere uitwerking hiervan vindt plaats in de nota planning en control, die hierbij leidend is. 5.. In het overzicht van de incidentele baten en lasten per programma, specificeren we per programma alle posten vanaf € 50.000 afzonderlijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel