Bij een beslissing inzake de vergunning voor het oprichten of veranderen van een veehouderij neemt het bevoegd gezag de in artikel 3 en 4 vermelde waarden in acht.
Als gebied als bedoeld in artikel 6, eerste, derde en vierde lid, van de Wet wordt aangewezen het volgende gebied: het gebied als aangeduid op de kaart zoals bedoeld in artikel 1 van deze verordening.
Voor de gebiedsindeling zoals onderscheiden in de artikelen 3 en 4 van deze verordening wordt verwezen naar de kaart zoals bedoeld in artikel 1 van deze verordening.