De gemeente verleent de subsidie onder voorbehoud van goedkeuring van de gemeentebegroting voor de betreffende jaren door de gemeenteraad.
Subsidieplafond
€ 646.008,- (prijspeil 2023).
Onderdeel van dit subsidieplafond is een subsidiebedrag van € 76.510,- (prijspeil 2023) dat is bestemd voor het meerjarig onderhoud conform het opgestelde MJOP voor De Boodschap inclusief reserveringen voor inrichting/inventarisatie en tijdige vervanging. Subsidieontvanger verdubbelt dit bedrag jaarlijks en voegt het totaal toe aan de voorziening groot onderhoud De Boodschap. Subsidieontvanger kan daarnaast zelfstandig extra bijdrage aan de voorziening toevoegen, wanneer het MJOP voor De Boodschap hier om vraagt.
Onderdeel van dit subsidieplafond is een subsidiebedrag van € 39.337,- (prijspeil 2023) dat is bestemd voor inzet personeel ten behoeve van onbemande openingsuren van de bibliotheek in de Boodschap.
In de jaren voor 2024 was er sprake van een huurbijdrage De Schakel door de gemeente inzake Theek5 voor een bedrag van €42.033,43 (prijspeil 2023). Deze bijdrage is vanaf 2024 geen onderdeel meer van het subsidieplafond, maar onderdeel van de subsidie aan Theek5. Subsidieontvanger maakt met stichting Theek5 afspraken voor het verrekenen van deze jaarlijkse bijdrage (inclusief indexatievoorwaarden).
Voor 2024 is een extra bedrag van € 50.000,- (prijspeil 2024) aan het subsidieplafond toegevoegd voor het verder versterken van de sociale en culturele aanjaagfunctie van de centra. Dit bedrag wordt beschikbaar gesteld onder voorwaarde dat een samenwerking vormt krijgt met minimaal de in paragraaf 7 genoemde kernpartners. Uiterlijk 1 oktober 2024 leidt dit tot een convenant dat minimaal is ondertekend door genoemde partijen en waarin is aangegeven hoe de samenwerkingspartners gezamenlijk invulling geven aan de sociale en culturele aanjaagfunctie. Het ontbreken van een door de genoemde kernpartners ondertekend convenant is een weigeringsgrond voor dit deel van de subsidie in 2025, 2026 en 2027.
Indexering van de subsidie
Het indexatiepercentage wordt jaarlijks door de gemeente vastgesteld aan de hand van de landelijke indexpercentages, zoals die door het rijk aan de gemeenten worden meegedeeld in de septembercirculaire.
Wanneer er sprake is van loonkosten, waarvoor de werkelijke index in een bepaalde sector sterk afwijkt van de gemeentelijke index, dan kunnen subsidieaanvragers aanvullende indexering aanvragen. Subsidieontvanger moet dit zelf aantonen op basis van de voor hen geldende CAO index en het aandeel loonkosten is in de begroting van het betreffende jaar.
Doelgroep maatschappelijke huurtarieven
Voor het invullen van de maatschappelijke functie van de centra wordt gewerkt met een sociaal – cultureel – maatschappelijk tarief (hierna maatschappelijk huurtarieven). De maatschappelijke huurtarieven gelden voor alle verenigingen, stichtingen en de gemeente zelf, als de activiteiten door de gemeente geformuleerde maatschappelijke beleidsdoelen dienen. Hierbij valt te denken aan welzijn, onderwijs, cultuur, sport1Enkel voor sport zover passend in de ruimtes van een sociaal-cultureel centrum. Denk bijvoorbeeld aan sport- en beweegactiviteiten in de gymzaal binnen sociaal-cultureel centrum de Schakel, denksport of dans. en inburgering. Deelnemers aan de activiteiten dienen ook in grote meerderheid inwoner te zijn van de gemeente Gilze en Rijen.
Indexatie van de maatschappelijke huurtarieven
De maatschappelijke huurprijzen stijgen jaarlijks maximaal met het indexeringspercentage van de subsidie, zoals hierboven omschreven. Om hiervan af te wijken is toestemming van het college noodzakelijk. Subsidieontvanger dient in dat geval een schriftelijk en onderbouwd verzoek in bij het college.
Subsidieverantwoording
Jaarlijks dient de subsidieontvanger een verzoek tot subsidievaststelling in, conform de bepalingen en termijn die in de ASV worden genoemd voor subsidies die per kalenderjaar worden verstrekt.
Reservevorming
Voor het vormen van reserves is instemming van het college noodzakelijk en die instemming is afhankelijk van het feit of de reserve is gericht op besteding ten behoeve van voorzieningen/activiteiten die in voldoende mate aansluiten bij de doelen van de oorspronkelijke subsidieverlening.
Subsidievaststelling
Na afloop van ieder kalenderjaar wordt de subsidie definitief vastgesteld. De subsidieontvanger dient uiterlijk 1 mei van het jaar volgend op het jaar waarop de vaststelling betrekking heeft de volgende stukken in:
een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan (zie paragraaf zeven voor minimale monitor indicatoren);
een balans en jaarrekening met een toelichting daarop;
een samenstellingsverklaring (inclusief dochterondernemingen), opgesteld door een onafhankelijk accountant.’
Ten aanzien van de subsidievaststelling, reservevorming en verantwoording worden nadere bepalingen in de verleningsbeschikking opgenomen.