Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2: › PARAGRAAF 1

Artikel 2.1

Voorwerpen op of aan een openbare plaats

Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving Harderwijk

1.. Het is verboden een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien: het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan een openbare plaats, de bruikbaarheid daarvan belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de openbare plaats; of het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2.. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, is het zonder vergunning verboden de openbare plaats te gebruiken als terras. Dit verbod geldt niet, indien er een exploitatievergunning, als bedoeld in art. 2:28 Apv, is verleend met inbegrip van het terras. 3.. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen en reclameborden. 4.. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. 5.. In afwijking van het vierde lid kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 6.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: evenementen als bedoeld in artikel 11.1; standplaatsen als bedoeld in artikel 5.1; en overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 7.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of een provinciale verordening. 8.. Het is verboden voorwerpen aan te brengen of vast te maken aan bomen of aan objecten die zijn bestemd voor of gebruikt worden ten behoeve van de openbare dienst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel