In deze paragraaf wordt verstaan onder:
voertuigen: fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens, als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990), met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;
parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen, als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).
HOOFDSTUK 7: › PARAGRAAF 3
Artikel 7.11
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving Harderwijk