**1..** Aan de vergunning, bedoeld in de artikelen 7.3 en 7.4, kan door het college van burgemeester en wethouders zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.
**2..** Het college van burgemeester en wethouders kan aan een vergunning de volgende voorschriften verbinden:
aanwijzingen van politieambtenaren en andere door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren of toezichthouders dient onmiddellijk gevolg te worden gegeven;
de vergunninghouder is verplicht om wijzigingen in één of meer van de omstandigheden die relevant waren voor het verstrekken van de vergunning terstond te melden aan het college van burgemeester en wethouders;
bij het parkeren in het vergunningengebied moet een doorrijbreedte worden vrijgelaten die zodanig is dat een voertuig met een breedte van 2.60 meter te allen tijde ongehinderd kan passeren;
indien de vergunning geldig is voor de kelder van het stadhuis mag daarvan geen gebruikgemaakt worden door auto's voorzien van een L.P.G.-installatie.
**3..** Het college van burgemeester en wethouders kan aan een vergunning ook andere voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.
HOOFDSTUK 7: › PARAGRAAF 1
Artikel 7.5
Voorschriften en beperkingen
Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving Harderwijk