Naar hoofdinhoud
1.. Allereerst krijgt de indiener van het bezwaarschrift of de klacht de gelegenheid een toelichting te geven, vervolgens licht een vertegenwoordiger van het verwerend orgaan diens standpunt toe. Tenslotte kunnen ook derde-belanghebbenden het woord voeren. 2.. De voorzitter en de leden kunnen nadat de onder het eerste lid bedoelde partijen het woord hebben gevoerd aan hen vragen stellen. Zij onthouden zich daarbij van uitingen in woord of gebaar waaruit een standpunt omtrent de strekking van het advies zou kunnen worden afgeleid. 3.. De voorzitter kan in afwijking van het eerste en tweede lid er voor kiezen te starten met het stellen van vragen aan partijen, waarna door ieder van hen nog een toelichting gegeven kan worden op hetgeen nog niet ter sprake is gekomen tijdens de beantwoording van vragen. 4.. Bij een openbare hoorzitting aanwezige toehoorders krijgen niet de gelegenheid het woord te voeren. 5.. In bijzondere omstandigheden is de voorzitter bevoegd van het bepaalde in dit artikel af te wijken.

Rechtspraak bij dit artikel