Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.2

Fijnstof:

Onderdeel van Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0

Er is geen veilige concentratie bekend, waaronder géén nadelige gezondheidseffecten van fijnstof optreden. Wel zijn er wettelijke grenswaarden opgesteld, maar ook onder de in de wet genoemde grenswaarden kunnen gezondheidseffecten optreden. De normen zijn gebaseerd op fijnstof afkomstig van verkeer waarvan de samenstelling afwijkend is ten opzichte van het fijnstof afkomstig van veehouderij. Fijnstof uit verkeer bevat vooral ultrafijne deeltjes (vooral PM0,1- PM1,0) waaronder roet en is met allerlei chemische stoffen beladen. Het fijnstof uit de landbouw behoort vooral tot de ‘grove’ fijnstof-fractie (PM2,5-PM10) en in mindere mate tot de fractie <PM2,5 in de vorm van (bio)aerosolen. Uit eerder onderzoek bleek al dat dichter bij pluimveehouderijen vaker longontsteking voorkomt. Eén van de theorieën was dat de hoge uitstoot van fijnstof en endotoxine de samenstelling van de bacteriepopulatie in de luchtwegen zou kunnen verstoren waardoor pneumokokken of andere veelvoorkomende ziekteverwekkers meer kans krijgen om een longontsteking te veroorzaken. Door het nieuwe onderzoek9 wordt het idee ondersteund dat de uitstoot van fijnstof en endotoxinen vanuit pluimveehouderijen een plausibele verklaring kan zijn voor het verhoogde risico op longontstekingen bij omwonenden. Vandaar dat er ingestoken wordt op een zo laag mogelijke emissie van fijnstof. Ook in een straal van 2000 meter rondom geitenhouderijen wordt een hogere incidentie longontstekingen gezien, maar deze verhoogde incidentie kan niet worden gerelateerd aan de uitstoot van fijnstof en endotoxinen. Nader onderzoek naar de oorzaak is nodig.

Rechtspraak bij dit artikel