Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1.

Artikel 3.1.4.

Taken en verantwoordelijkheden

Onderdeel van Nota dierenwelzijn Soest 2011

a.Opvangplicht gemeente Gevonden dieren, die een eigenaar hebben (gehad), vallen volgens het Burgerlijk Wetboek (boek 5 art.8 lid 3) onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Een vinder van een zwerfdier is verplicht hiervan zo snel mogelijk aangifte te doen bij de gemeente. In theorie kan de vinder ervoor kiezen het dier vervolgens zelf te verzorgen. Het kan dan binnen een jaar zonder meer door de rechtmatige eigenaar worden opgeëist. Echter, logischer en passender is het om het dier in bewaring te geven via de gemeente. Dan zal op het dier de hiervoor speciaal in het leven geroepen regeling over gevonden dieren in het Burgerlijk Wetboek worden toegepast. Op grond daarvan is de gemeente verplicht een gevonden dier minimaal twee weken te bewaren en te verzorgen, behoudens zwaarwegende redenen om hiervan af te wijken. Deze twee weken geven de eigenaar de kans het dier terug te halen. Als de eigenaar zich niet binnen twee weken meldt, is de gemeente bevoegd het dier aan een ander te verkopen of te geven. De opvangplicht van de gemeente is niet beperkt tot honden en katten. Het gaat om alle gevonden dieren die vermoedelijk ergens nog een eigenaar hebben. Het kan dus ook gaan om een konijn of schildpad die is ontsnapt. In de praktijk beschikt de gemeente dus niet zelf over eigen opvangmogelijkheden. Daarom is tussen de gemeente Soest en Dierenbescherming Eemland een contract afgesloten voor de opvang van zwerfdieren. Formeel draagt de gemeente de gevonden dieren dus over aan de Dierenbescherming Eemland, i.c. het asiel. Het asiel probeert de eigenaar van gevonden dieren te achterhalen, dan wel een nieuwe eigenaar te vinden. Dieren die vallen onder het CITES-verdrag (beschermde exoten) kunnen van rechtswege niet door de gemeente worden overgedragen aan de Dierenbescherming. b.Preventie van zwerfdierenproblematiek Daarnaast speelt een asiel ook een belangrijke preventieve rol bij zwerfdierenproblematiek. Mensen die afstand willen doen van hun dier, bijvoorbeeld in verband met allergie of verkeerde verwachtingen bij de koop van het dier, kunnen het naar een asiel brengen. Een asiel zal er vervolgens alles aan doen om voor dit zogenaamde afstandsdier een nieuwe eigenaar te vinden. Hierdoor wordt voorkomen dat mensen hun dier in het bos aan een boom achterlaten en levert het asiel een bijdrage aan het voorkomen van een (te grote) zwerfdierenpopulatie die voor veel overlast in een gemeente kan zorgen (zie voor deze problematiek de paragraaf ‘Verwilderde exoten’). Voor deze preventieve rol verleent de gemeente Soest geen vergoeding. c.Registratie en identificatie van vermiste huisdieren Het is zowel uit financieel oogpunt als voor de eigenaar van belang dat gevonden dieren zo snel mogelijk teruggaan naar de eigenaar. Dierentehuis ’t Hart is voor de inwoners van de gemeente Soest een duidelijk centraal meld- en registratiepunt. Als de Dierenbescherming Eemland de eigenaar van een verloren dier niet kan vinden, wordt de Stichting AMIVEDI (Stichting voor gevonden en vermiste huisdieren) ingeschakeld, die vervolgens een oproep in de media plaatst om de eigenaar van het dier alsnog te vinden. Zeker als een dier een identificatie heeft (chip, tatoeage, halsband met naam en adres etc.) is de kans groot dat de eigenaar zijn verloren dier terugkrijgt. Als de eigenaar zich binnen twee weken meldt, zal hij zijn huisdier weer mee kunnen nemen. Hij moet dan wel de kosten van verzorging en opvang vergoeden. Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) is van plan om het chippen van honden verplicht te stellen. Het plan is onderdeel van de Nota Dierenwelzijn. Het gaat om voorgenomen beleid. De Nota Dierenwelzijn (NDW) en de Nationale Agenda Diergezondheid (NAD) zijn samen met het voorstel Wet Dieren onderdeel van het 'drieluik' dieren. De streefdatum voor inwerkingtreding is verplaatst naar het najaar van 2011. Inwerkingtreding van de nieuwe regels is afhankelijk van goedkeuring door de Eerste Kamer en publicatie in het Staatsblad. De ministerraad en de Tweede Kamer hebben ingestemd met de Nota Dierenwelzijn. Het chippen van katten is niet verplicht. c. Financiële aspecten De Dierenbescherming Eemland ontvangt momenteel een jaarlijkse bijdrage van ca € 18.000,- per jaar van de gemeente Soest voor de opvang van zwerfdieren (dieren met een eigenaar). Het ligt voor de hand, dat de gemeente Soest voor de werkzaamheden van het asiel voor de opvang van zwerfdieren een redelijke vergoeding betaalt. De vraag is, hoe hoog die redelijke vergoeding moet zijn. De Dierenbescherming Eemland heeft laten weten dat de werkelijke kosten voor de opvang van zwerfdieren uit Soest aanmerkelijk hoger liggen dan de huidige vergoeding. Actiepunt 3.1. De gemeente moet bepalen wat zij verstaat onder een ‘redelijke vergoeding’ aan Dierenbescherming Eemland voor de opvang van zwerfdieren. d. Faciliteren Behalve met financiële vergoedingen kunnen gemeenten ook op andere manieren dierenopvang steunen. In het verleden heeft de gemeente Soest daarom, bij de bouw van de wijk Klein Engendaal, de verplaatsing van het oude dierenasiel naar de nieuwe locatie aan de Eemweg mogelijk gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel