In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Arbeidsmigrant: een persoon die vanwege economische motieven naar de gemeente Zundert komt om een inkomen te verwerven en hier, al dan niet tijdelijk, verblijft;
Agrarisch bedrijf: inrichting die tot een, krachtens artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een (vollegronds-) teeltbedrijf, boomteeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf;
AKF: Agrarisch Keurmerk Flexwonen
Bebouwde kom: het geheel van gronden/percelen niet gelegen in het buitengebied;
Bedrijfswoning: Een bedrijfswoning is een woning die een functionele binding heeft met het bedrijf, waar de woning bij hoort. Een bedrijfswoning mag niet door derden bewoond worden. Dan is er sprake van een reguliere woning. In sommige gevallen geldt er een lager beschermingsniveau voor een bedrijfswoning dan bij een burgerwoning.
Bestaande huisvesting: huisvesting die op het moment van vaststelling van deze beleidsregels aanwezig is op grond van een verleende omgevingsvergunning dan wel huisvesting die op grond van het bestemmingsplan rechtstreeks was toegestaan en waar aantoonbaar is dat deze op moment van vaststelling in gebruik was;
BRP: Basisregistratie Personen. In de BRP staan persoonsgegevens van inwoners in Nederland (de ingezetenen) en van personen in het buitenland die een relatie hebben met de Nederlandse overheid (de niet-ingezetenen);
Buitengebied: het geheel van gronden/percelen die opgenomen zijn in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ of een daarmee gelijk te stellen plan. Indien gronden niet opgenomen zijn in een bestemmingsplan dan wordt op grond van de feitelijke situatie aan de hand van de aard van de omgeving en afstand tot de dorpskern bepaald of er sprake is van het buitengebied.
Erf van een bedrijf: Al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw
Geclusterde huisvesting: huisvesting in een hoofdgebouw door middel van kamerverhuur met gedeelde voorzieningen of door middel van zelfstandige wooneenheden dan wel een combinatie van beide.
Grootschalige huisvestingslocatie: een locatie die meer dan 10 tot maximaal 400 huisvestingsplaatsen biedt voor arbeidsmigranten.
Hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
Huishouden: één of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren, waarbij sprake is van continuïteit en onderlinge verbondenheid;
Kamerverhuur: woonvorm waarbij sprake is van woonruimte waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij keuken, toilet, badkamer en douche als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt;
Kleinschalige huisvesting: een locatie die maximaal 10 huisvestingsplaatsen biedt voor arbeidsmigranten op het erf van het bedrijf van de aanvrager of in een reguliere woning;
Overige huisvesting: mobiele huisvesting in de vorm van toercaravans en stacaravans die maximaal 12 weken per jaar in de periode 15 maart – 15 oktober (gedurende de piek van de seizoensarbeid) op een erf van een agrarisch bedrijf mogen worden gebruikt en waarbij wordt voldaan aan de huisvestingsnormen van het AKF.
Recreatieve sector: bedrijven die zich richten op het verschaffen van nachtverblijf ten behoeve van recreatie, zoals hotels, vakantieparken, campings, bed & breakfasts of soortgelijke bedrijven.
Reguliere woning: woning die door een ieder bewoond kan worden.
RNI: Registratie Niet Ingezetenen
SNF: Stichting Normering Flexwonen
Tijdelijk verblijf: huisvestingsduur van maximaal 18 maanden, met een onderbreking van tenminste 6 weken binnen de eerste 12 maanden. Een langer verblijf wordt gezien als reguliere bewoning en daarmee in normale situaties niet toegestaan binnen arbeidsmigrantenhuisvesting.
Wonen: het gebruik van een woning conform de begripsbeschrijving ‘woning’, met als doel daar permanent te verblijven.
Woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Zelfstandige wooneenheid: een woning met een eigen toegangsdeur die van binnen en buiten op slot gedaan kan worden en waarbij in de woning in elk geval een eigen woon(slaap)kamer, een eigen keuken inclusief kookgelegenheid en een eigen toilet met waterspoeling aanwezig is;
Artikel 1
– Begripsbepaling
Onderdeel van Beleidsregels huisvesting arbeidsmigranten gemeente Zundert