**1..** Het bestuursorgaan stelt bij de start van elke participatieprocedure vast op welke manier burgerparticipatie wordt toegepast en maakt dit besluit bekend op de voor die participatieprocedure geschikte wijze.
**2..** Als burgerparticipatie wordt toegepast, behandelt het bestuursorgaan de volgende onderwerpen in de participatieparagraaf als integraal onderdeel van haar besluitvorming, waarbij geldt dat hetgeen vermeld onder sub g en h uitsluitend wordt behandeld voorzover bij het bestuursorgaan bekend:
doel van het gemeentelijk beleid of het maatschappelijk initiatief;
kaders voor het gemeentelijk beleid of het maatschappelijk initiatief;
belanghebbenden bij het gemeentelijk beleid of het maatschappelijk initiatief;
het doel van de burgerparticipatie;
mate van invloed van de belanghebbenden;
werkvormen van burgerparticipatie;
organisatie en communicatie;
procesplanning.
**3..** Indien omstandigheden het noodzakelijk maken om de kaders genoemd in het tweede lid onder b of de inrichting van het proces aan te passen, zorgt het bestuursorgaan ervoor dat deelnemers hierover zo spoedig mogelijk worden geïnformeerd.
**4..** Het bestuursorgaan kan voor specifieke beleidsterreinen nadere regelingen treffen.
**5..** Het bestuursorgaan maakt voorafgaand aan de start van het participatieproces bekend op welke wijze de gemeente zal omgaan met de uitkomsten van het participatieproces en op welke wijze de besluitvorming zal plaatsvinden en kiest daarbij uit de volgende mogelijkheden:
het bestuursorgaan neemt kennis van de uitkomsten van het participatietraject en zal nader afwegen of en in welke mate deze kunnen worden meegenomen in de besluitvorming;
het bestuursorgaan beschouwt de uitkomsten uit het participatietraject als een zwaarwegend uitgangspunt bij de besluitvorming;
het bestuursorgaan neemt de adviezen en conclusies uit het participatietraject over mits deze passen binnen de vooraf gestelde inhoudelijke en financiële kaders.
**6..** Het bestuursorgaan kan na afloop van het participatieproces in uitzonderlijke gevallen van de op grond van lid 5 gemaakte keuze afwijken, bijvoorbeeld omdat het participatietraject sterk uiteenlopende visies oplevert, omdat betrokken belangen onvoldoende zijn meegewogen, omdat de groep participanten te eenzijdig samengesteld was of omdat de participatie leidde tot nieuwe ideeën en inzichten die op gespannen voet staan met de vooraf gestelde kaders. De afwijking van de uit hoofde van het vijfde lid gemaakte keuze wordt expliciet gemotiveerd en gecommuniceerd aan de deelnemers van het participatietraject.
Artikel 3.
Procedure burgerparticipatie
Onderdeel van Verordening participatie, uitdaagrecht en inspraak Noord-Beveland 2023