Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.5.

Stap 5 en 6 – Eigen terrein en openbare ruimte

Onderdeel van Uitvoeringsregels parkeernormen Gemeente Maashorst 2023

Eigen terrein De berekende parkeerbehoefte moet op eigen terrein of binnen de grenzen van het plangebied gerealiseerd worden. Alleen parkeerplaatsen die bereikbaar en bruikbaar zijn, worden als parkeerplaatsen beschouwd. Hierbij wordt de maatvoering zoals opgenomen in de meest recente ASVV aangehouden, deze is gedeeltelijk opgenomen in Bijlage 7 – Maatvoering. Bij individuele woningen mogen op eigen terrein meer parkeerplaatsen worden aangelegd dan de parkeernorm of parkeerbalans aangeeft. Hieraan worden voorwaarden gesteld met betrekking tot de bereikbaarheid. Deze zijn vastgelegd in de Uitvoeringsregels Uitwegen gemeente Maashorst 2023. Elke parkeerplaats moet in één manoeuvre vrij toegankelijk zijn. Bij twijfel moet dit met behulp van rijcurves inzichtelijk worden gemaakt. Voor parkeergarages met grotere capaciteit (bijvoorbeeld onder een appartementencomplex) gelden dezelfde rekenregels als die in Bijlage 8 – Rekenfactoren staan vermeld. Bij parkeergarages zonder fysieke scheiding tussen de parkeerplaatsen kunnen de parkeerplaatsen wel volledig meegerekend worden. Zijn de plaatsen wel fysiek van elkaar gescheiden en ontstaan daardoor eigenlijk garageboxen, dan worden deze plaatsen meegerekend voor 0,5 parkeerplaats. Openbare ruimte Wanneer het aantal te realiseren parkeerplaatsen op eigen terrein niet toereikend is om de maatgevende parkeereis te realiseren, is er een mogelijkheid om hiervan af te wijken. Daarmee wordt bedoeld: is het mogelijk om het overige deel in de openbare ruimte (of op een andere locatie) te realiseren/gebruiken. Hiervoor moet worden aangetoond dat er in de openbare ruimte (of op de andere locatie) voldoende plekken beschikbaar zijn om het tekort op te vangen. Dit gebeurt met bijvoorbeeld een parkeerdrukmeting. Dit moet verwerkt worden in een verkeers- en/of parkeerplan of verkeers- en/of parkeereffectenrapportage. De minimale (rand)voorwaarden voor deze parkeerdrukmeting zijn te vinden in Bijlage 5 – Parkeerdruk meten. De verkeerskundige kan daarnaast aanvullend eisen stellen aan de meting. Daarbij moeten de loopafstanden uit Bijlage 6 – Acceptabele loopafstanden worden gehanteerd.

Rechtspraak bij dit artikel