Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 2.

Indicatoren ernstig geval

Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke handhaving drugscriminaliteit gemeente Waadhoeke

1.. Uitgangspunt is dat bij een eerste overtreding nog niet tot sluiting van de woning dient te worden overgegaan, maar moet worden volstaan met een waarschuwing of soortgelijke maatregel, doch dit moet worden beschouwd als een uitgangspunt waarvan in ernstige gevallen mag worden afgeweken. Is sprake van een ernstig geval, dan is volgens deze beleidsregels in beginsel ook de noodzaak tot sluiting gegeven. Van een ernstig geval is in ieder geval sprake als een of meer van de hieronder staande indicatoren van toepassing is/zijn. Daarbij is geen sprake van een limitatieve opsomming: de hoeveelheid aangetroffen middelen als bedoeld in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet. Bij harddrugs geldt dat sprake is van een ernstig geval als ten minste 2 gram (of voor zover dit de 2 gram niet overschrijdt twee pillen, twee tabletten, twee ampullen, twee bolletjes of twee wikkels, etc.) wordt aangetroffen. Bij softdrugs wordt een ernstig geval aangenomen bij het aantreffen van minimaal 20 gram of minimaal 6 cannabis/hennepplanten; een combinatie van handelshoeveelheden soft- en harddrugs overeenkomstig de Aanwijzing Opiumwet. Wordt er een combinatie van meer dan 0,5 gram harddrugs en meer dan 5 gram softdrugs aangetroffen, dan is sprake van een ernstig geval; ongeacht de indicator genoemd onder a, worden naast handelshoeveelheden soft- en harddrugs overeenkomstig de Aanwijzing Opiumwet, tevens attributen aangetroffen die te relateren zijn aan drugshandel, zoals een weegschaal, verpakkingsmaterialen, een grote hoeveelheid contant geld en/of wapens, versnijdingsmiddelen; de mate waarin de woning betrokken is bij, dan wel bekend staat als pand waar drugshandel of drugsbezit aanwezig is. Dit kan onder andere blijken uit politiewaarnemingen, meldingen en verklaringen van omwonenden of betrokkenen, (waarnemingen van) aanloop van personen die met drugshandel en/of drugsgebruik in verband kunnen worden gebracht, of het aantreffen van attributen die op handel in verdovende middelen wijzen, zoals weegschalen, grote hoeveelheden contant geld, versnijdingsmiddelen of verpakkingsmaterialen in de woning; er is sprake van (andere) strafbare feiten, zoals geweldsdelicten, wapenbezit in de zin van de Wet wapens en munitie, diefstal van stroom, etc., of er is sprake van openbare ordeverstoringen gerelateerd aan de woning. Hierbij kan gedacht worden aan gerelateerde feiten in de zin dat in de woning personen worden aangetroffen met antecedenten op het gebied van geweld, drugs of wapenbezit, of zich ten aanzien van dergelijke feiten recidivist hebben getoond; er is sprake van recidive als in dezelfde woning binnen een periode van vijf jaar opnieuw drugs worden aangetroffen;20Vgl. ABRvS 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:851. er zijn vermoedens van verwijtbaar gedrag van de betrokkene. Dit geldt als de betrokkene zelf betrokken is bij de aangetroffen drugs of dat hij/zij op de hoogte is dan wel redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van de aanwezigheid van de aangetroffen drugs in de woning en/of van het gebruik van de voorwerpen of stoffen ter voorbereiding van de handel in drugs. Hierbij kan meewegen of sprake is van antecedenten, relaties van de betrokkene met personen die bij de politie bekend staan als drugsdelinquenten, al dan niet in georganiseerd verband, of die bekend staan in verband met georganiseerde criminaliteit, of als de betrokkene zelf als zodanig bij de politie bekend staat. Ook speelt in dit verband mee de mate waarin degene die een woning verhuurt of anderszins aan anderen in gebruik geeft zich in voldoende mate en tot op zekere hoogte heeft geïnformeerd over het gebruik dat van het pand wordt gemaakt. Woningeigenaren en hoofdhuurders moeten concreet toezicht houden op het gebruik van hun pand. Het is niet genoeg als zij het pand alleen maar bezoeken. Zij moeten ook controles uitvoeren die zijn gericht op het gebruik van het pand;21Vgl. ABRvS 19 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2774. de mate van gevaarzetting of risico voor het woon- en leefklimaat in de omgeving en/of voor omwonende(n). Hierbij kan worden gedacht aan een buurt waarin de woning zich bevindt en de mate waarin deze kwetsbaar is voor drugscriminaliteit gelet op de demografische samenstelling of omdat al langer druk op de omgeving bestaat in verband met drugsoverlast, of vanwege de vermoedelijke betrokkenheid van (georganiseerde) drugscriminaliteit en daarmee verband houdende gevaren, zoals geweldpleging, de aanwezigheid of inzet van vuurwapens/explosieven, etc.; de mate van risico of gevaar voor het woon- of leefklimaat in de omgeving en/of voor omwonenden. Hierbij kan gedacht worden aan een buurt die door drugscriminaliteit reeds zwaar onder druk staat of het gevaar dat een hennepkwekerij of drugslaboratorium met zich meebrengt, zoals fluctuaties op het stroomnet en (daardoor) brandgevaar of door de ontwikkeling van giftige dampen; de aannemelijkheid dat naast de woning of het bijbehorende erf, nog een of meer andere locaties betrokken zijn bij de drugshandel; bij hennepteelt, de inrichting, het bedrijfsmatig karakter evenals de professionaliteit van de hennepplantage/kwekerij of productiepunt. Bijvoorbeeld illegale stroom aftap, aanwezige hennep-/drugsresten van een productie en randapparatuur voor het in stand houden en onderhouden van de hennepplantage/kwekerij of productiepunt. 2.. Als zich een zeer ernstig geval voordoet, kunnen strengere maatregelen worden toegepast ten opzichte van, dan wel kunnen stappen worden overgeslagen in, de matrix zoals opgenomen in artikel 1, eerste lid, van deze beleidsregels. Van een zeer ernstig geval kan (in ieder geval) sprake zijn als zich minimaal vijf indicatoren in de zin van het eerste lid van dit artikel voordoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel