Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9.

Artikel 9.1

Gevolgen sluiting

Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke handhaving drugscriminaliteit gemeente Waadhoeke

Voorop staat dat inherent aan het sluiten van een woning is dat een bewoner de woning moet verlaten. Dit is op zichzelf dan ook geen bijzondere omstandigheid, maar dat kan anders zijn als de betrokkene een bijzondere binding heeft met de woning, bijvoorbeeld om medische redenen. Het gaat hierbij niet om een binding met de omgeving van de woning, maar specifiek om een binding met de woning zelf. De burgemeester moet nagaan in hoeverre de betrokkene zelf geschikte vervangende woonruimte kan regelen, zoals bij familie, vrienden, kennissen of via andere kanalen. De verantwoordelijkheid om vervangende woonruimte te vinden, rust daarbij primair bij de betrokkene zelf.32Vgl. ABRvS 12 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4046. Er kan echter ook een rol weggelegd zijn voor de burgemeester, bijvoorbeeld als de betrokkene na geleverde inspanningen, toch niet in staat blijkt een vervangend onderkomen te vinden. In dat geval dient de burgemeester te informeren naar de mogelijkheden van vervangende huisvesting, waarbij de financiële schade, bijvoorbeeld vanwege de kosten van vervangende woonruimte, een gevolg kan zijn dat bij de beoordeling moet worden betrokken.33Vgl. ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:335, r.o. 9.1. Het bieden van enige medewerking aan het vinden van vervangende huisvesting betreft een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting. De burgemeester hoeft dus niet concreet een vervangende woning aan te bieden.

Rechtspraak bij dit artikel