Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9.

Artikel 9.5

Onderzoek terugkeermogelijkheid in de woning na sluiting

Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke handhaving drugscriminaliteit gemeente Waadhoeke

Wanneer de sluitingstermijn is verstreken, kan de betrokkene in beginsel terugkeren in de woning. De burgemeester zal de betrokkene in principe op de hoogte stellen van de openstelling van de woning. Vervolgens kunnen afspraken worden gemaakt over bijvoorbeeld de overdracht van sleutels en de verwijdering van zegels, borden, stickers of andere aanduidingen waarmee de sluiting is kenbaar gemaakt. Een overtreding van de Opiumwet in een huurwoning of gehuurd lokaal en/of een daarbij behorend erf kan in een privaatrechtelijke (huur)relatie, zoals met een woningcorporatie, leiden tot een procedure die gericht is op de ontbinding van de huurovereenkomst. Het recht om in geval van een dergelijke overtreding een huur- of gebruiksovereenkomst (buitengerechtelijk) te ontbinden komt toe aan de eigenaar/verhuurder van het pand waarin de overtreding heeft plaatsgevonden en staat eveneens los van de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De toepassing door de burgemeester van artikel 13b van de Opiumwet heeft een van de ontbinding van huur- of gebruiksovereenkomst te onderscheiden functie, ter voorkoming van verdere overtredingen in de betrokken woning of lokaal.35ABRvS 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3481. Het ligt op de weg van de betrokkene om de burgemeester erop te wijzen of bovengenoemde omstandigheid zich voordoet, bijvoorbeeld in de zienswijze. Dit kan aanleiding geven voor de burgemeester om met de eigenaar/verhuurder in overleg te treden over de sluitingsmaatregel en welke mogelijkheden er zijn voor de betrokkene om na de sluiting terug te keren in de betreffende of een andere woning, waarna de burgemeester de uitkomst kan meewegen in zijn besluitvorming.36Vgl. ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285, r.o. 11.3. In dat kader wordt bijvoorbeeld nagegaan of de betrokkene door sluiting van de woning op een zogenoemde zwarte lijst komt te staan bij een woningcorporatie als gevolg waarvan hij voor een bepaalde duur geen nieuwe sociale huurwoning kan huren in de regio. Als een betrokkene niet kan terugkeren in de betreffende woning of op een zwarte lijst komt te staan, hoeft zich dat niet zonder meer tegen sluiting te verzetten. Hierbij komt onder andere gewicht toe aan de mate van verwijtbaarheid van de betrokkene aan de overtreding of de ernst van de overtreding.37Vgl. ABRvS 6 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:719; ABRvS 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1149. Deze omstandigheden zal de burgemeester in zijn belangenafweging betrekken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel