Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2.

Wet ruimtelijke ordening

Onderdeel van Begraven op eigen terrein

Daarnaast speelt de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een belangrijke rol. De Wro beoogt een integrale belangenafweging in het langdurige planologisch gebruik én dat er geen versnippering plaatsvindt door de aanleg van elementen die gedurende zeer lange tijd beslag op de ruimte leggen. De op de ruimtelijke ordening gebaseerde beleidsregels hebben namelijk als motief het tegengaan van een frustratie van het ruimtelijk ordeningsbeleid. Er dient daarmee in beginsel te worden voorkomen dat de in ruimtelijke plannen vastgelegde gewenste ontwikkeling wordt tegengehouden door de (toekomstige) aanwezigheid van een particulier begraafplaatsje. Toets bestemmingsplan Een toets aan de bestemming van het perceel waarop begraven op eigen terrein wordt aangevraagd is daarom noodzakelijk. Er dient vanuit worden gegaan dat een procedure tot (gedeeltelijke) wijziging van het bestemmingplan is vereist. Binnen deze procedure wordt een ruimtelijke onderbouwing opgesteld, op basis van onderzoek naar bodem, archeologie, ontwatering en flora en fauna. Aanbevolen wordt dat de gemeente de voorwaarde stelt dat de kosten van deze wijziging voor rekening van de aanvrager zijn. Overigens is er jurisprudentie dat bij zeer geringe omvang van een bijzonder begraafplaatsje, denk aan het gebruik van slechts 1 graf van circa 2 x 2,5 meter, de strijdigheid met de bestemming niet op voorhand een weigeringsgrond is. In dit geval ging de rechtbank er namelijk vanuit dat deze geringe omvang van de begraafplaats slechts een geringe inbreuk op de bestemming vormt. Het ruimtelijk beleid van de gemeente werd in dit geval hierdoor niet (noemenswaardig) gefrustreerd. In deze specifieke zaak was, naast de geringe omvang, sprake van verzoek tot begraven op een groot bosperceel.

Rechtspraak bij dit artikel