Onverminderd het bepaalde in de Asv overlegt de aanbieder bij de aanvraag om vaststelling van de subsidie:
Tussentijdse verantwoording van opvang met VVE-aanbod vindt per kwartaal plaats door middel van de door de gemeente beschikbaar gestelde Peutermonitor. Hiervoor levert de aanvrager na afloop van elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, per peuter per maand tenminste de volgende kwantitatieve gegevens aan: betreffend kwartaal, maand, locatie en LRK-nummer; BSN; NAW-gegevens; geboortedatum; inkomen ouders, eerste kind ja/nee, vve-indicatie ja/nee, kinderopvangtoeslag ja/nee, startdatum en (verwachte) einddatum peuteropvang, aantal uren regulier aanbod en het aantal uren aanvullend aanbod.
Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt door de aanbieder ingediend voor 1 april van het jaar dat volgt op het boekjaar.
Bij de aanvraag tot subsidievaststelling wordt benoemd: het daadwerkelijke aantal (doelgroep)peuters (wel/niet VVE-geïndiceerd, wel/niet aanspraak KOT), het daadwerkelijke aantal afgenomen uren, de daadwerkelijke ontvangen ouderbijdrage en een controleverklaring van een onafhankelijk accountant volgens het bepaalde in de ASV art. 10, 11 en 12
Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor 1 april is ingediend, kan het college de aanvrager schriftelijk een nieuwe termijn stellen van 4 weken. Wordt de volledige aanvraag niet binnen deze termijn ingediend, dan kan het college besluiten tot ambtshalve vaststelling.
Indien bij vaststelling blijkt dat er sprake is van minder of meer afgenomen peuteropvang of voorschoolse educatie of ouderbijdrage dan wordt het te weinig of te veel aan verleende subsidie verrekend.
Periodiek kan een controle uitgevoerd worden door het college, waarbij de volgende gegevens gecontroleerd worden:
een gedagtekende overeenkomst tussen de aanbieder en de ouder van het kind;
het in de overeenkomst opgenomen aantal uren peuteropvang en voorschoolse educatie;
van ouders die aangeven geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag een ondertekende ouderverklaring en een inkomensverklaring van de Belastingdienst inclusief de berekening van de ouderbijdrage;
van peuters met een VVE-indicatie een indicatieformulier van het consultatiebureau.
Artikel 12