De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.
Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, eerste lid, gestelde eisen.
De raadsfractie die de vertegenwoordiging van zijn raadsfractie heeft geregeld kan een burgercommissielid die zijn raadsfractie vertegenwoordigt zijn lidmaatschap ontnemen.
De raad kan de commissievoorzitter ontslaan.
Een commissielid en -voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger respectievelijk is geregeld of benoemd.
Als door overlijden of ontslag van een commissievoorzitter een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.
Als door ontslag van een commissielid een vacature ontstaat, kan door de raadsfracties gedurende een zittingsperiode van de raad éénmaal een nieuwe lid geregeld worden.
Het lidmaatschap van commissieleden, van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.
Hoofdstuk 1.
Artikel 5.
Zittingsduur en vacatures
Onderdeel van Reglement van orde voor de commissievergaderingen 2023