Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Hoogte subsidiebedrag voor peuterplaatsen en de beroepskracht voorschoolse educatie

Onderdeel van Verordening Voorschoolse Educatie en Peuteropvang 2023

1.. Het college subsidieert per uur per gecontracteerde peuterplaats. Voor de in artikel 2, lid 1, sub a genoemde doelgroep geldt: voor de eerste 50% van het aantal gecontracteerde uren per week bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplaats per jaar: (uren per week) * (aantal weken) * (ve-subsidie-uurtarief minus de geldende, berekende ouderbijdrage conform artikel 4 lid 3); de tweede 50% van het aantal uren per week zijn voor doelgroeppeuters gratis, de maximale subsidie per bezette peuterplaats per jaar bedraagt daarvoor: (uren per week) * (aantal weken) * (ve-subsidie-uurtarief). 2.. Voor de in artikel 2, lid 1, sub b genoemde doelgroep geldt dat de maximale subsidie per bezette peuterplaats per jaar bedraagt: (uren per week) * (aantal weken) * (het subsidie-uurtarief voor reguliere peuters minus een inkomensafhankelijke ouderbijdrage volgens de tabel Kinderopvangtoeslag van het Rijk); Het subsidie-uurtarief voor reguliere peuters bedraagt ten minste het fiscaal maximum van het betreffende kalenderjaar. 3.. Het ve-subsidie-uurtarief dekt de kosten voor: het voldoen aan alle wettelijke eisen, de uitvoering van ve-activiteiten, materialen, coördinatie en managementuren, taakuren voor overdracht, signalering en oudergesprekken, scholing en professionalisering. 4.. Het college subsidieert een aanvullende locatiegebonden subsidie voor de inzet van de beroepskracht voorschoolse educatie en het bieden van extra zorg op de groep. Hiervan bedraagt de minimale subsidie: (aantal verplichte uren per jaar) * (aantal doelgroeppeuters per groep) * (uurtarief beroepskracht voorschoolse educatie). 5.. Het college stelt jaarlijks voor 15 september de subsidie-uurtarieven voor peuterplaatsen (regulier en ve) en de beroepskracht voorschoolse educatie vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel