Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Aanvullende verplichtingen voor kinderopvangorganisaties ten aanzien van peuteropvang en voorschoolse educatie

Onderdeel van Verordening Voorschoolse Educatie en Peuteropvang 2023

1.. Naast de voorwaarden zoals genoemd in artikel 5 zijn de volgende verplichtingen aan de subsidie verbonden: De kinderopvangorganisatie voldoet aan alle voorschriften voor de basiskwaliteit van kindercentra, gesteld bij of krachtens de Wet kinderopvang; De kinderopvangorganisatie voldoet voor de subsidie als bedoeld in artikel 2, lid 1, sub a aan de eisen zoals gesteld in het “Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie”. 2.. In aanvulling op de wettelijke verplichtingen als genoemd in het eerste lid, zijn aan de subsidie voor het aanbieden van peuteropvang de volgende verplichtingen verbonden: De kinderopvangorganisatie levert per kwartaal voortgangsgegevens aan over de bezetting van het aantal gesubsidieerde peuterplaatsen in het kindercentrum. 3.. In aanvulling op de verplichtingen als genoemd in het eerste lid, zijn aan de subsidie voor het aanbieden van ve de volgende verplichtingen verbonden: De kinderopvangorganisatie levert per kwartaal voortgangsgegevens aan over de bezetting van het aantal gesubsidieerde ve- peuterplaatsen in het kindercentrum en maakt daarbij onderscheid in de aantallen kot en niet-kot peuters; De kinderopvangorganisatie is actief deelnemer aan door de gemeente en/of het CJG geïnitieerde overleggen; De groepen op de ve-locaties zijn samengesteld uit 50% reguliere en 50% doelgroeppeuters. De subsidiering gaat uit van 8 doelgroeppeuters per groep. De ve-locatie spant zich dan ook in om ve-kinderen veelvuldig in contact te laten komen met taalrijkere kinderen; De kinderopvangorganisatie werkt actief mee aan warme overdracht naar de basisschool; De kinderopvangorganisatie stimuleert maximale deelname aan ve. Indien ouders structureel geen gebruik maken van (delen van) het ve-aanbod, volgen er passende interventies in overleg met CJG en desgewenst gemeente; De kinderopvangorganisatie stimuleert actief ouderbetrokkenheid op de locatie; De kinderopvangorganisatie werkt mee aan de kwaliteits- en resultaatafspraken ve en levert gegevens aan voor monitoring en evaluatie; De kinderopvangorganisatie werkt met een kindvolgsysteem en een landelijk erkend VVE-programma; De kinderopvangorganisatie verwerkt in het pedagogische beleidsplan op welke wijze de rol van de beroepskracht voorschoolse educatie wordt ingevuld en hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van ve. De kinderopvangorganisatie laat jaarlijks middels een kort kwalitatief verslag zien hoe de verplichtingen van lid 3 sub d tot en met sub i, vorm hebben gekregen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel