Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 6

Weigeringsgronden

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Middelburg 2023

Een vergunning wordt geweigerd, indien: naar het oordeel van het college het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het belang van aanvrager bij de aangevraagde vergunning; het onder a benoemde algemene belang niet of in onvoldoende mate kan worden veiliggesteld door het verbinden van voorschriften aan de vergunning; het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand; de aanvrager de verschuldigde financiële compensatie voor bovenwijkse voorzieningen, onmiddellijk voorafgaand aan de definitieve vergunningverlening op schriftelijk aangeven van de gemeente, zoals voorgeschreven in artikel 8, niet of niet tijdig heeft voldaan; vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met het bestemmingsplan, de beheersverordening of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan of de beheersverordening, dan wel met het omgevingsplan of de omgevingsvergunning voor afwijken van het omgevingsplan; aanvrager in het jaar voorafgaand aan de vergunningaanvraag heeft gehandeld in strijd met de vergunningplicht in artikel 3 van deze verordening. Deze weigeringsgrond geldt voor de duur van een jaar na constatering van deze overtreding. Een vergunning kan ook worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet bibob). Voordat hieraan toepassing wordt gegeven, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingendoor het openbaar bestuur, als bedoeld in artikel 8 van die wet, om een advies als bedoeld in artikel 9 van dezelfde wet worden gevraagd. Het college is bevoegd de weigeringsgronden genoemd in lid 1 onder a, b en c verder uit te werken in beleidsregels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel