Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.4

Verplichtingen ten aanzien van het gebruik van deelvoertuigen

Onderdeel van Nadere regels Deelmobiliteit

Aan een vergunning worden in elk geval de volgende verplichtingen verbonden ten aanzien van het gebruik van deelvoertuigen: De vergunninghouder controleert of de (potentiële) gebruiker in bezit is van een geldig rijbewijs van de gebruiker van het voertuig indien de wet een rijbewijs voorschrijft, voor aanvang van het gebruik van het voertuig; De vergunninghouder bevordert de veiligheid van de gebruiker, waaronder het gebruik van een helm bij deelscooters; De vergunninghouder draagt zorg voor het vrijhouden van doorgangen, en wegen waaronder fietspaden, autowegen en op stoepen dit mede om (kwetsbare) doelgroepen (bijv. blinden en slechtzienden; ouderen; ouders met kinderwagens) niet te hinderen en de vergunningshouder ook zorg draagt dat gebruikers op een veilige en sociaal wenselijke manier parkeren, en; De vergunninghouder draagt zorg voor het zo min mogelijk beslagleggen op laadpalen in de openbare ruimte door een deelauto en onderneemt adequate actie om laadpaalkleven te voorkomen. De aanbieder dient strikte naleving van deze maatregel te waarborgen, waarbij de gemeente het recht heeft om passende sancties richting de aanbieder op te leggen bij het niet naleven van deze verplichting. Mogelijke sancties kunnen variëren en kunnen onder andere bestaan uit het opleggen van boetes en in ernstige gevallen zelfs de tijdelijke schorsing of intrekking van de vergunning van de aanbieder.

Rechtspraak bij dit artikel