**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
Aanvrager: personen van 18 jaar en ouder die in de basisregistratie personen zijn ingeschreven in de gemeente Laarbeek.
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek.
Partner: de echtgenoot van de rechthebbende of degene met wie de partner een gezamenlijke huishouding voert als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet.
Bijstandsnorm: de norm zoals bedoeld in artikel 5, aanhef en onder c van de Participatiewet.
Inkomen: totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet, en de algemene bijstand.
Inkomensgrens: 120% van de voor de aanvrager toepasselijke bijstandsnorm; voor de alleenstaande ouders wordt de bijstandsnorm gesteld op 90% van de gehuwdennorm;
Vermogensgrens: het in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet.
Vermogen: het vermogen dat wordt gevormd door bank- en spaartegoeden minus reëel opeisbare schulden.
Maatschappelijke activiteiten: sociale, educatieve, sportieve of culturele activiteiten die beogen een sociaal isolement te voorkomen of te doorbreken, zoals contributies/ lidmaatschappen van verenigingen (sport, cultuur), museum(jaarkaart), concerten, voorstellingen, enzovoort.
WTOS: Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten.
WSF: Wet Studiefinanciering.
**2..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening Bijdrage Maatschappelijke Participatie gemeente Laarbeek 2023