Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening Bijdrage Maatschappelijke Participatie gemeente Laarbeek 2023

1.. In deze verordening wordt verstaan onder: Aanvrager: personen van 18 jaar en ouder die in de basisregistratie personen zijn ingeschreven in de gemeente Laarbeek. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek. Partner: de echtgenoot van de rechthebbende of degene met wie de partner een gezamenlijke huishouding voert als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet. Bijstandsnorm: de norm zoals bedoeld in artikel 5, aanhef en onder c van de Participatiewet. Inkomen: totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet, en de algemene bijstand. Inkomensgrens: 120% van de voor de aanvrager toepasselijke bijstandsnorm; voor de alleenstaande ouders wordt de bijstandsnorm gesteld op 90% van de gehuwdennorm; Vermogensgrens: het in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. Vermogen: het vermogen dat wordt gevormd door bank- en spaartegoeden minus reëel opeisbare schulden. Maatschappelijke activiteiten: sociale, educatieve, sportieve of culturele activiteiten die beogen een sociaal isolement te voorkomen of te doorbreken, zoals contributies/ lidmaatschappen van verenigingen (sport, cultuur), museum(jaarkaart), concerten, voorstellingen, enzovoort. WTOS: Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten. WSF: Wet Studiefinanciering. 2.. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel