Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen worden met mandaat gelijkgesteld de verlening van volmacht en machtiging, tenzij de aard van de betreffende bevoegdheid zich daartegen verzet. De volmacht en machtiging zien uitsluitend op werkzaamheden en aangelegenheden op het werkterrein van de gemandateerde, die aansluiten bij en samenhangen met de werkzaamheden waarvoor door het oorspronkelijke bestuursorgaan een mandaat is verstrekt.