Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van belanghebbende, het meest doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid.
Het college kan de voorziening, bedoeld in artikel 6 uitsluitend aanbieden aan een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie.
Het college kan de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 5 en 8, aanbieden als de ondersteuning gericht is op arbeidsinschakeling of, als arbeidsinschakeling (nog) niet mogelijk is, zelfstandige maatschappelijke participatie.
Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan:
de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en
het verrichten van mantelzorg.
Het college informeert de gemeenteraad in ieder geval jaarlijks via de Planning en Control Cyclus over de resultaten van het beleid.
Het college kan een budgetplafond instellen voor o.a. de hoogte van de re-integratievoorziening en het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke re-integratievoorziening.
Het college beoordeelt bij de inzet van re-integratie voorzieningen of er geen sprake is van verdringing op de arbeidsmarkt.
Hoofdstuk 2
Artikel 2