Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Kamerverhuur

Onderdeel van Beleidsregels kamergewijs verhuren

Op alle locaties waar wonen is toegestaan, is kamerverhuur mogelijk met inachtneming van de volgende regels: Er is slechts sprake van kleinschalige huisvesting, dat wil zeggen: per locatie is slechts sprake van huisvesting voor maximaal drie personen, de huisvesting vindt plaats binnen de vigerende bebouwingsmogelijkheden (bouwvlak en bouwregels). Er mogen geen belemmeringen ontstaan voor (de uitbreiding van) omliggende functies die mogelijk zijn binnen het geldende bestemmingsplan/omgevingsplan; De verhuurder draagt zorg voor de kosten voor aanpassing van de woning om kamergewijs verhuur mogelijk te maken; De verhuurder draagt zorg dat er geen overlast ontstaat voor omwonenden; De verhuurder stelt voor de huurder een huurcontract op voor de maximale duur van twee jaar en dit wordt niet verlengd; Als er geen hoofdbewoner in het pand aanwezig is, zorgt de verhuurder voor een vast aanspreekpunt voor omwonenden; De huurders zijn statushouders of behoren tot de doelgroep Wonen en Zorg; Per straat mag maximaal 5% van de woningen bestaan uit kamerverhuurpanden, waarbij een minimale afstand van 100 meter tussen de kamerverhuurpanden in acht moet worden genomen. Hierbij geldt dat in straten tot twintig woningen maximaal één kamerverhuurpand is toegestaan; De omgevingsvergunning wordt verleend voor de duur van 2 jaar, met een mogelijkheid tot verlengen tot de totale duur van 10 jaar.

Rechtspraak bij dit artikel