Deze verordening verstaat onder:
a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente een en ander met inbegrip van het gemeentelijk grondwater en oppervlaktewater;
b. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater;
c. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan;
d. waterleidingbedrijf: de naamloze vennootschap Brabant Water, gevestigd te ’s-Hertogenbosch of diens rechtsopvolger;
e. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterleidingbedrijf betrekking heeft;
f. woning: een perceel dat in hoofdzaak dient tot woning, daaronder mede begrepen recreatiewoningen;
g. niet-woning: een perceel dat niet in hoofdzaak dient tot woning;
h. garagebox: een perceel dat bestemd is voor en gebruikt wordt voor opslag van goederen en/of stalling van motorvoertuigen met een maximale oppervlakte van 24 vierkante meter;
i. jaar: kalenderjaar van 01 januari tot en met 31 december.