Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

– Inrichting begroting en jaarstukken

Onderdeel van Financiële Verordening 2023

5.1 . Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de geraamde lasten en baten weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten en ten minste de verplichte beleidsindicatoren weergegeven. 5.2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt een overzicht van nieuw voorgenomen investeringen voor een periode van vier jaren weergegeven: het investeringsplan. 5.3. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het BBV inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenramingen en investeringen en grondexploitatie. 5.4. In de jaarrekening wordt inzicht gegeven in de financiële positie van de gemeente op balansdatum einde jaar. 5.5. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten weergegeven. 5.6. Het grensbedrag dat bij de jaarrekening wordt gehanteerd voor overlopende activa en passiva bedraagt meer dan € 10.000,- per individuele post. 5.7. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 50.000,- afzonderlijk gespecificeerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel