Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 5.1

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2024

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of een pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. 3.. Er zijn geen bij verordening aangewezen algemene voorzieningen. 4.. De hoogte van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening in natura, pgb en een bij verordening aangewezen algemene voorziening bedraagt per maand maximaal het bedrag genoemd in artikel 2.1.4 derde lid en artikel 2.1.4a vierde lid van de wet voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënt en zijn echtgenoot samen. De bijdrage is niet hoger dan de kostprijs van de voorziening. 5.. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd per bijdrageperiode voor: de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft tot maximaal 110% van de toepasselijke bijstandsnorm; de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft tot maximaal 110% van de toepasselijke bijstandsnorm; de gehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een gezamenlijk bijdrageplichtig inkomen heeft tot maximaal 110% van de toepasselijke bijstandsnorm; verstrekking van een maatwerkvoorziening in natura of pgb voor aanpassing van een gemeenschappelijke ruimte voor zover deze betrekking heeft op het toe- en doorgankelijk maken van het woongebouw, waardoor meerdere personen gebruik kunnen maken van deze aanpassing; cliënten op grond van hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 6.. In afwijking van het vierde lid wordt de hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening collectief vervoer met de Regiotaxi, als bedoeld in artikel 3.10, als volgt vastgesteld: voor gebruik van het collectief vervoer is de cliënt per rit een opstaptarief en per gereden kilometer een ritbijdrage verschuldigd. Het opstaptarief en de ritbijdrage per gereden kilometer worden door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag jaarlijks vastgesteld; de bedragen van het opstaptarief en ritbijdrage per gereden kilometer worden opgenomen in de nadere regels. 7.. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening of bij verordening aangewezen algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt ook bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening (bruikleen, huur of eigendom); pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 8.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. 9.. Als de bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel