Naar hoofdinhoud
1.. Het bestuursorgaan stelt aan de adviseur of adviseurs ambtelijke ondersteuning ter beschikking ten behoeve van de uitvoering van de adviesopdracht. Het verstrekt aan de adviseur, al dan niet op verzoek, de gegevens die nodig zijn voor een goede vervulling van diens taak, waarbij artikel 5.1 van de Wet open overheid van overeenkomstige toepassing is. 2.. De adviseur kan inlichtingen en adviezen inwinnen bij derden. Als daarmee kosten zijn gemoeid, wordt deze bevoegdheid pas uitgeoefend na instemming van het bestuursorgaan. 3.. De adviseur kan ter plaatse de situatie onderzoeken, indien deze dit nodig acht. 4.. De adviseur stelt de aanvrager en andere belanghebbenden in kennis van de te volgen procedure. 5.. De adviseur hoort aanvrager, het bestuursorgaan, andere betrokken bestuursorganen, belanghebbenden en eventueel door hen ingeschakelde deskundigen. De adviseur bepaalt datum, tijd en plaats van de hoorzitting en de wijze waarop deze zal plaatsvinden. De aanvrager, het bestuursorgaan, andere betrokken bestuursorganen en belanghebbenden kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen. 6.. De adviseur draagt er zorg voor dat van de hoorzitting en van de plaatsopneming een verslag wordt gemaakt. Het verslag maakt deel uit van het uit te brengen advies. 7.. De adviseur kan de aanvrager, het bestuursorgaan, andere betrokken bestuursorganen en belanghebbenden binnen een door de adviescommissie te stellen termijn om overlegging van nadere gegevens of stukken verzoeken. 8.. Binnen zestien weken na de aanwijzing van de adviseur zendt deze een concept van het advies aan: de aanvrager; het bestuursorgaan; de andere betrokken bestuursorganen; en de andere belanghebbenden. 9.. De adviseur kan de in het achtste lid genoemde termijn onder opgaaf van redenen met ten hoogste vier weken verlengen. 10.. De aanvrager, het bestuursorgaan, andere betrokken bestuursorganen en belanghebbenden kunnen binnen vier weken na de toezending van het concept van het advies hierop schriftelijk reageren. 11.. Indien binnen de in het tiende lid genoemde termijn: een reactie is ingediend, brengt de adviseur binnen vier weken na het verstrijken van die termijn een advies uit aan het bestuursorgaan, waarbij de ontvangen reacties zijn betrokken; geen reactie is ingediend, brengt de adviseur binnen twee weken na het verstrijken van die termijn een advies uit aan gedeputeerde staten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel