Het Besluit bodemkwaliteit stelt in artikel 34 dat een partij grond en baggerspecie maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal (steenachtig materiaal of hout) mag bevatten, anders mag het niet als grond of baggerspecie worden toegepast. Alle andere bodemvreemde materialen (glas, metaal, plastic, piepschuim, ect.) mogen hoogstens sporadisch in de partij voorkomen.
De gemeente Deurne vindt het maximale percentage van 20 % in enkele gevallen te hoog. Indien 20 % bodemvreemd materiaal zonder meer wordt toegestaan, ontstaat ook een verslechtering in bijvoorbeeld de fysische en cultuurtechnische eigenschappen. Bovendien kan verdergaande verwering van bodemvreemde materialen later alsnog leiden tot ongewenste bodembelasting met verontreinigende stoffen.
Op grond van artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit wordt daarom bepaald dat binnen de gemeente Deurne, met uitzondering van gebieden met bodemfunctieklasse industrie (inclusief wegbermen) en in grootschalige bodemtoepassingen (exclusief leeflaag), alleen grond en baggerspecie mag worden toegepast met een maximaal percentage bodemvreemd materiaal (steenachtig materiaal of hout) van 5 gewichtsprocent. Bovendien mag de toe te passen grond in de gemeente Deurne geen visueel herkenbare asbesthoudende materialen bevatten. Alle andere bodemvreemde materialen (glas, metaal, plastic, piepschuim, ect.) mogen hoogstens sporadisch in de partij voorkomen.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.3
Bijmengingen bodemvreemde materialen in grond en baggerspecie
Onderdeel van Nota bodembeheer gemeente Deurne